ReadScapes


Fysieke Opstellingscriteria voor een
High-End Geluidsinstallatie - Deel 1

door ThingMan -- 1990-2005
herziene versie: ©2018 - 6 januari - ThingMan

De manier waarop een geluidsinstallatie thuis fysiek wordt opgesteld en aangesloten -- zowel de apparaten onderling alsook op het electriciteitsnet -- kan van grote invloed zijn op de muzikale en geluidstechnische prestaties. Er zijn talloze grote, kleine en heel kleine overwegingen te maken t.a.v. de opstelling van de diverse componenten, waarvan de individuele hoorbare invloeden eveneens groter, kleiner of heel klein kunnen zijn, maar die in hun samenhang de prestaties van een systeem duidelijk kunnen beïnvloeden.

Heel vaak is er sprake van een soort "alles-of-niets situatie": als je een of ander cruciaal opstellingscriterium vergeet of negeert, kan dit de positieve uitwerking van allerlei andere, wél correct uitgevoerde maatregelen teniet doen of verminderen.

Zulke gevolgen moeten ook weer niet overdreven of uit verhouding getrokken worden:
het verschil is bij dergelijke zaken zelden of nooit zwart vs. wit, goed vs. slecht, strak vs. onbeheerst, plat vs. diep. De verschillen zijn min of meer subtiel, maar voor veel muziekliefhebbers
van grote betekenis voor het uitdiepen van een muzikale presentatie.

dit is DEEL 1 -- klik HIER voor DEEL 2

H
et opstellen van een audiosysteem thuis vraagt, behalve om het consequent toepassen van een pakketje eenvoudige voorschriften, allereerst om een zo objectief mogelijke inzet van persoonlijke luisterkwaliteiten.
Het uitgebreide artikel,
"Een beter luisteraar worden" gaat diep in op de luistervaardigheden die van jou, als eindgebruiker, worden verwacht bij het beluisteren en beleven van muziek.
Deze kwaliteiten zijn uitstekend inzetbaar in de context van dit artikel.

In de tweede plaats is
geduld van doorslaggevend belang. Het is een uitvloeisel van het verlangen om ook het laatste restje prestatievermogen nog uit het systeem te willen persen. Weinig audiofiele ontwikkelingen geven meer voldoening dan het realiseren van een belangrijke hoorbare verbetering, zonder daarvoor verder één cent te hoeven spenderen...

In de derde plaats kun je er simpelweg niet omheen dat de opstelling van een geluidsinstallatie
boven alles moet worden gebouwd op het fundament van een goede, geoptimaliseerde luidsprekerplaatsing in de ruimte. Dit onderwerp is in feite van zodanig groot belang dat er op deze site logischerwijs veel aandacht aan wordt besteed (klik
hier en hier).



Opstelling van het audiosysteem is, in al zijn facetten, onlosmakelijk verbonden met invloeden die de ruimte zelf erop uitoefent — met allerlei akoestische eigenschappen van die ruimte. Dit artikel gaat er van uit dat aan de fundamentele voorwaarde van akoestiekbehandeling in voldoende mate kon worden voldaan. Maar zelfs als enige akoestische problematiek of dilemma's in relatie tot de opstelling van de luidsprekers nu nog een optimaal compromis verhinderen, zal het nog steeds nuttig zijn om de inhoud van deze pagina te kennen en op waarde te schatten.

De grondregel blijft altijd van kracht: wanneer eenmaal de grotere problemen rondom geluidsweergave zijn aangepakt of geweken, zullen de kleinere randvoorwaarden hun aanwezigheid en invloed vanzelf duidelijker kunnen maken, terwijl ze dit voordien niet konden omdat ze simpelweg overschaduwd werden door die grotere problematiek.

Naarmate de prestaties van het systeem verbeteren onder invloed van de toegepaste verfijningen, zal het steeds gemakkelijker worden om kleinere, subtiele invloeden te identificeren en te duiden. Niet elke verandering is daarbij ook automatisch een verbetering! Je kunt het vergelijken met de Grand Prix rijder die het verschil tussen een halve atmosfeer bandenspanning aanvoelt: op een dergelijk niveau van verfijning worden steeds kleinere zaken steeds crucialer.
Je bepaalt uiteraard zelf hoever je hiermee wilt gaan.
Financiële overwegingen zullen hier niet eens een rol van belang hoeven te spelen. Het is vaker zo dat de meeste muziekliefhebbers "tevreden" zijn wanneer het thuis enigszins netjes klinkt. Er is niet altijd de behoefte om in te gaan op diepgaande en soms lang slepende processen rondom weergave. Daarvoor zijn ook best goede argumenten te bedenken, maar feit is eigenlijk wel dat je door diepgaande betrokkenheid tot audio en geluidsapparatuur een nieuwe hobby op de schouders laadt die zelf in elk geval geen grenzen oplegt aan je persoonlijke inzet.

Allereerst volgt er nu een omschrijving van de criteria die aandacht zullen gaan krijgen in dit artikel.







Overzicht van de Criteria

  1. Stel luidsprekers en luisterstoel liefst zodanig in de ruimte op, dat het best mogelijke geluid in die ruimte wordt weergegeven.
    Zonder correcte plaatsing van luidsprekers en luisterplaats zal geen van de navolgende maatregelen er werkelijk toe kunnen doen! De effecten ervan zullen weliswaar hoorbaar worden, maar zullen ook erg ondergeschikt moeten blijven aan de consequenties van een slechte opstelling.
    Over dit belangrijkste van alle onderwerpen gaat het artikel,
    "Opstelling van Luidsprekers en Luisterstoel".

  2. Voer, waar nodig, relevante akoestische maatregelen uit in de luisterruimte.
    Deze kunnen diepgaande gevolgen hebben voor de prestaties van het systeem en het verschil maken tussen slecht, goed en geweldig goed geluid.
    Dit onderwerp komt voorbij in het artikel,
    "Relevante Aspecten van Akoestiek in de Luisterruimte".

  3. Vermijd zoveel mogelijk de nabijheid van netsnoeren bij interlinks en luidsprekerkabels.
    Het samenbundelen van de complete bedrading is 'not-done'. Denk logisch na over "cable-dressing"!

  4. Zorg er ook voor dat digitale interlinks (tussen een apart CD-loopwerk en de digitale processor) en analoge interlinks tussen broncomponenten en de (voor)versterker goed van elkaar gescheiden blijven, met name deze twee soorten, maar liefst elke interlink onderling. De hoge frequenties die door digitale kabels reizen kunnen ruis genereren en analoge signalen vervuilen, met name bij kabels en interlinks die niet zijn afgeschermd.
    Cable-dressing komt er eigenlijk op neer dat elke kabel die in het systeem wordt gebruikt, voor om het even welk doel, een eigen 'fysiek territoriumpje' krijgt toegewezen in de setup.

  5. Schakel ongebruikte digitale audiocomponenten uit, wanneer je muziek uit analoge bronnen draait, zoals draaitafel of cassettedeck.
    Koppel in dit verband ook de internetkabel los van de mediaspeler of streamer, door vanaf een aangesloten harddisk te spelen. Verbinding met het internet zou alleen nodig moeten zijn indien streams van het internet of via een netwerk worden afgespeeld. In alle andere gevallen zou de verbinding tussen het internet en de geluidsinstallatie maar het beste verbroken kunnen worden. Tamelijk rigoureus, maar experimenteer maar eens...

  6. Interlinks en luidsprekerkabels zouden altijd zo kort mogelijk moeten zijn als de situatie toelaat, maar altijd wel links en rechts van gelijke lengte.

  7. Stel componenten zodanig op, dat ze voldoende ventilatie krijgen.
    Overmatige warmte, en zeker oververhitting, zal de levensduur van een component bekorten.
    Vermijd ook het veelvuldig aan- en uitschakelen van elektrische apparaten. Laat eenmaal ingeschakelde apparatuur de rest van de dag aanstaan, misschien met uitzondering van de eindversterking.

  8. Zorg voor een adequaat contact tussen luidsprekerkabels en terminals.
    Het alom beproefde en goedkope aangesoldeerde vorkcontact ('spade') moet volledig om de terminal passen en strak worden aangedraaid om voldoende contactdruk te kunnen genereren. Beter zou het zijn om dergelijke contactovergangen helemaal te vermijden, door alleen de luidsprekerkabels zelf gestript te klemmen onder de terminals van (eind)versterker en luidsprekers.

  9. Reinig periodiek de connectoren van interlinks en de contactvlakken voor signaaloverdracht naar de luidsprekers met een speciale contactreiniger of een ander geschikt middel.

  10. Respecteer een adequate afstand tussen de eindversterker enerzijds, en de andere elektrische componenten anderzijds, waarbij dit met name belangrijk is voor de voorversterker. Helemaal als deze is uitgerust met een phono-ingang die daadwerkelijk wordt gebruikt.

  11. Installeer je systeem in een robuust rack of op een anderszins trillingsarme en goed ontkoppelde of gekoppelde ondergrond.
    Trillingen kunnen een nadelige invloed hebben op het geluid, vooral bij draaitafels en componenten met buizen. Ook de aard van de materialen waar componenten op worden geplaatst kan soms een rol spelen. Van glas of mdf wordt weleens gezegd dat het eigenlijk ongeschikt is, terwijl een ondergrond van massief hout of bamboe weinig kwaad kan. Ook hier: experimenteer totdat je het zelf hebt kunnen beoordelen.

  12. Experimenteer in elk geval één keer met zogenaamde 'netconditioners'.
    De markt biedt veel keuze, passend bij verschillende budgetten. Ze brengen bij sommige systemen, dan wel in sommige woonsituaties, een duidelijke verbetering teweeg. Soms brengt netfiltering geen enkele verbetering, en in
    heel veel andere systemen kan netfiltering zelfs de prestaties van het systeem verminderen!
    Luisteren alvorens te kopen moet hier wel een voorwaarde zijn; laat niemand je vertellen dat je beslist ook een netconditioner moet hebben om goed geluid te krijgen, maar beoordeel het zeker zelf een keer zo objectief mogelijk! Probeer dan om meerdere apparaten te testen binnen je budget, i.v.m. de soms grote verschillen in werkwijze en variaties in positief resultaat bij toepassing in verschillende weergavesystemen.

  13. Experimenteer uitgebreid met accessoires (tweaks) zoals ontkoppelaars, isolatie-voetjes en dempers.
    Interlinks, luidsprekerkabels en netsnoeren nemen tegenwoordig in de accessoirehoek een aparte plaats in. Ze zouden evenwel als meer dan louter een 'accessoire' moeten worden beschouwd. Je hoeft niet met het luisteren te wachten totdat je je set helemaal hebt opgebouwd en geoptimaliseerd.
    Het beoordelen van de invloed van kabels en accessoires is een goede training voor het aanleren van het vakjargon rond kritisch luisteren en voor herkenning van aspecten van geluidsweergave, omdat het je dwingt tot het evalueren van de (vaak subtiele) verschillen. Ook hier geldt voortdurend: eerst luisteren, dan pas kopen. Lukt dat niet, ga dan naar een ander. Het is niet iets bijzonders als je audiocomponenten en accessoires uitgebreid thuis mag beluisteren. Een echte speciaalzaak zal deze vorm van service uit zichzelf aanbieden, omdat men graag wil dat je nog eens terugkomt, na een eerste aankoop.

  14. Beluister zorgvuldig de effecten van het gebruik van randaarde bij audiocomponenten.
    In West-Europa is het gebruik van apparatuur zonder randaardestekker niet ongebruikelijk, ook voor betrekkelijk grote verbruikers zoals eindversterkers. Dit in tegenstelling tot de V.S., waar geaarde stekkers een vaste regel zijn.
    Het weergavesysteem kan in principe op 2 manieren met randaarde worden verbonden. Probeer deze twee manieren uit, en vergelijk de verschillen ook met het volledig achterwege laten van randaarde. Als je besluit om je apparatuur te aarden, dan kun je zelfs nog overwegen om een speciale aardpen in de grond te (laten) slaan. De twee methodes voor verbinding met de aarde worden verderop uiteengezet.

  15. Overweeg om een aparte stroomgroep voor audio te gebruiken of te laten installeren in je meterkast.
    Deze groep verzorgt uitsluitend de voeding van componenten in je geluidsinstallatie, maar verder niets anders! Het gebruik van meerdere aparte groepen voor dezelfde geluidsinstallatie wordt, na voortschrijdend inzicht, door mij sterk afgeraden! Eén groep voor alle audio lijkt de beste optie te zijn.

  16. Blijf in je psychologische middelpunt staan/zitten.
    Voodoo-accessoires en andere magische 'verbeteraars' (conditioners) mogen het voordeel van de twijfel krijgen, totdat vast is komen te staan dat enige uitwerking objectief kan worden vastgesteld of niet. Hieronder worden alle accessoires verstaan waarvan de objectieve werking niet meettechnisch kan worden vastgesteld, noch verbaal kan worden verklaard op wetenschappelijk verantwoorde wijze. Het kan zijn dat de fabrikant zich hult in nevelen van zwijgen, maar hij kan zich juist ook verliezen in lyrische maar holle frasen. Een onbevooroordeelde (maar niet een 'op voorhand verwerpende', noch een blind aanvaardende) houding is altijd nodig om dergelijke producten tegemoet te treden, maar overigens zijn ze onderworpen aan dezelfde beoordelingscriteria: wat doen ze en wat betekent het voor de muzikale presentatie terwijl ze dat doen? Is het heilzaam voor de weergavekwaliteit en is het je de aanschafprijs waard? Dan geen punt maken van de eventuele onverklaarbaarheid, maar lekker toepassen.

    Het mag nogmaals benadrukt worden: niet elke verandering is ook meteen een verbetering.
    In je psychologische middelpunt heerst dus ook vooral
    geduld; je moet het gevoel hebben de tijd te willen nemen voor dit eindstadium in de samenstelling van een geluidsinstallatie.




 
naar boven



Kabels en Interlinks

Luidsprekerkabels (in dit artikel:
kabels genoemd), netsnoeren en verbindingskabels voor componenten onderling (interlinks of interconnects) zijn vanzelfsprekend onmisbare schakels in een serieuze geluidsinstallatie. Misschien wordt juist om die reden hun invloed en uitwerking op geluids- en muziekweergave schromelijk overschat. De meest wilde verhalen doen de ronde over kabels, netsnoeren en interlinks, en ze doen dit al enkele decennia lang. Bekabeling zou, aldus zulke verhalen, zelfs in staat zijn om een suffe en slecht presterende geluidsinstallatie op te heffen tot hemels weergaveniveau. De waarheid is gelukkig dat ook bescheiden en erg goedkope bekabeling voor een weergaloze match kan zorgen. Het is daarom zaak om allereerst te gaan experimenteren met wat goedkopere kabels en interlinks. Wie weet zit die match er gewoon bij voor 5 euro per meter voor de luidsprekers en 3,95 per meter voor de interlinks (al zul je dan nog wel zelf moeten solderen).

Een goede keuze
(match) van kabels en interlinks kan inderdaad het beste in een weergavesysteem naar boven halen. Omgekeerd is het helaas ook weleens zo dat slecht matchende bekabeling — dat is bekabeling die om wat voor reden ook niet lekker in een specifiek systeem past — ervoor zorgt dat je niet het volledige muzikale potentieel van je systeem gaat horen. Met name exotische kabelmaterialen en/of diëlectrica (isolatiematerialen) kunnen het voor een handje hebben om een duidelijke signatuur mee te geven aan de weergave. Als die signatuur toevallig lekker past, en zodoende "matcht" in de set, dan is het waarschijnlijk wel in orde. Maar evengoed kan diezelfde signatuur in een andere set voor een hoekige basweergave of scherpte in het middengebied zorgen.
Dit is een soort nachtmerrie, die mijzelf ook ooit heeft bezocht.
Vanwege het kostbare en exotische karakter van de kabel was deze boven elke verdenking verheven, hetgeen achteraf een falicant onjuiste inschatting bleek te zijn! Sindsdien besef ik dat geen enkele maatregel, component of accessoire boven verdenking verheven kan of mag zijn, totdat het tegendeel is bewezen. Dit soort nachtmerries doemt gemakkelijk op na een componentwijziging -- vooral een verandering van luidsprekers -- waarbij bekabeling die eerst volmaakt matchte plotseling ook averechts kan uitwerken.

Hierna passeren de meeste aspecten van kabel en interlinks de revue. Er wordt, zij het dan kort en oppervlakkig, ingegaan op gebalanceerde en ongebalanceerde verbindingen, op bi-wiring en op het aanpassen van kabels aan het systeem (het matchen). Bovendien wordt nogmaals duidelijk dat de duurste kabels om geen enkele reden de beste hoeven te zijn.



Allereerst een overzichtje van de gebruikte kabelterminologie:
  • Kabel: In algemene zin wordt de term gebruikt om iedere (externe) draad te beschrijven in een audiosysteem. In de hier gehanteerde context duiden kabels op luidsprekerkabels, en zij transporteren een relatief hoog stroomsignaal van de eindversterker naar de luidsprekers.
  • Interlink/Interconnect: Dit zijn de geleiders waarmee lijnsignalen in een audiosysteem worden getransporteerd tussen de losse componenten. De kabel tussen broncomponenten (draaitafel, CD-speler, tuner, mediaspeler) en de voorversterker, alsmede die tussen de voorversterker en de eindversterker, wordt interlink of interconnect genoemd.
  • Ongebalanceerde Interlink: Deze heeft in principe twee interne geleiders en is meestal afgemonteerd met RCA-connectors, ook wel tulpstekkers genoemd.
  • Gebalanceerde Interlink: Deze heeft drie geleiders in plaats van twee, en is afgemonteerd met 3-pins XLR connectoren. Gebalanceerde interlinks worden alleen gebruikt om componenten die gebalanceerde in- en uitgangen hebben te verbinden. Deze verbindingen worden met name in de professionele wereld standaard toegepast.
  • Digitale Interlink: Enkelvoudige interlink (één kabel voor twee of meer kanalen) die een digitaal audiosignaal vervoert, meestal vanaf een CD-loopwerk of een andere digitale bron naar een digitale processor of dac. De digitale interlink kan electrisch of optisch zijn.
  • Bi-Wiring: Dit is een methode voor het aansluiten van één luidspreker op de eindversterker met behulp van twee kabelsets i.p.v. één.
  • RCA-Connectoren en Chassisdelen: RCA connectoren (ook wel 'tulpstekkers' genoemd) en de bijbehorende chassisdelen (achter)op het component zijn meestal te vinden aan de uiteinden van ongebalanceerde verbindingen. Praktisch alle audio-apparatuur is voorzien van RCA chassisdelen voor het aansluiten van RCA connectoren op ongebalanceerde verbindingen. Chassisdelen zitten (meestal) achterop audiocomponenten. Dat is dan de rij in- en uitgangen achterop dat apparaat. RCA-connectoren zitten aan het uiteinde van elke ongebalanceerde interlink.
  • Terminal: Terminals of luidsprekerterminals zijn de aansluitpunten achterop eindversterkers en luidsprekers, bedoeld voor het correct aansluiten van de luidsprekerkabels.
  • Meerwegterminal: Een speciaal type luidsprekerterminal, waarop zowel blote (gestripte) kabel, een vork (spade) èn een banaanplug, naar keuze, of in een of andere combinatie samen, kan worden aangesloten. Deze terminals treffen we tegenwoordig bijna altijd aan achterop (eind)versterkers en luidsprekers.
  • Vork / Aansluitvork (Spade): Een platte, gevorkte (edel)metalen eindverbinding voor luidsprekerkabels. Spades worden onder de luidsprekerterminals geklemd, die op eindversterker en luidspreker worden aangetroffen. Het is de meest toegepaste, op-1-na goedkoopste en meest hoogwaardige eindverbinding. Alleen schone blote draad is in principe beter (want directer). Een aansluitvork is eigenlijk een 'oog' waarvan een deel is weggelaten om een open vork aan het einde te krijgen, die netjes onder de terminal kan worden geschoven en ook stevig kan worden ingeklemd.
  • Banaanstekkers en -chassisdelen: Banaanstekkers worden eveneens toegepast als eindverbinding op luidsprekerkabels, in plaats van de hiervoor genoemde spades of blote kabel. Banaanstekkers passen in meerwegterminals en in speciale banaan-chassisdelen. Er bestaan veel verschillende banaanstekkers, vooral verschillend in mechanische kwaliteit (contact-oppervlak, contactdruk en materiaalkeuze). De beste banaanstekkers kunnen zeer stevig aan een apparaat worden 'verankerd'. Ze zorgen dan voor een voldoende grote contactdruk en contactoppervlak; een flinke versterker kan worden opgetild aan luidsprekerkabels die met hoogwaardige banaanstekkers met het apparaat zijn verbonden.
    Goedkope banaanstekkers vallen al snel mechanisch door de mand, omdat ze snel kapot gaan en niet erg stevig kunnen worden aangedraaid. De contactdruk is veel te laag. Ze zijn daarom in feite een vermijdbare ramp.
    Blote draad is in elk geval beter dan een inferieure banaanstekker. Een ogenschijnlijk betekenisloos aspect als dit kan in de keten van behoorlijk groot belang blijken als het op de uiteindelijke weergavekwaliteit aankomt.
  • AWG: American Wire Gauge: een eenheid voor de dikte van geleiders. Hoe lager het AWG-getal, hoe dikker de draad. Lampensnoer (0,75mm2) heeft een AWG van 18, waarnaar men meestal verwijst als "18 gauge" [spreek uit als "geetsj"].



Hoe kabels en interlinks kiezen ?

De ideale situatie in een geluidsinstallatie zou zich voordoen als elk component — en ook de externe bekabeling daarvan — absoluut neutraal is en geen sonische signatuur meegeeft aan de muziek. Aangezien zo'n ideale ongekleurde situatie nog niet bestaat, worden we gedwongen om precies die kabels en interlinks te kiezen, die de weergave zodanig
"kleuren", dat deze de kleuring die door de rest van het systeem wordt ingebracht zoveel mogelijk of geheel wordt opgeheven. Het gaat dus om een streven naar neutraliteit en ongekleurdheid. Het is evengoed mogelijk om genoemde kleuring zodanig te kiezen en te manipuleren, dat een voor jouw smaak en voorkeur muzikaal bevredigende weergave wordt verkregen. Deze vorm van streven wordt weleens geringschattend "MyFi" genoemd.

Als een systeem ietwat helder en analytisch van karakter genoemd kan worden, dan zouden
vol en warm kleurende kabels en interlinks het scherpe karakter kunnen wegnemen, en zo de luisteraar meer van muziek laten genieten. Dat is absoluut als myfi te omschrijven, maar als dat voor jou -- de eigenaar -- nu eens meer muziek oplevert is het nog niet zo gek om op deze manier bezig te zijn met matching.
Als de basweergave overdadig of 'rond' is, dan kunnen slank en strak
kleurende interlinks en/of luidsprekerkabels het fundament weer enigszins gladstrijken. Een systeem met een zeker gebrek aan 'tastbaarheid' of presentie in het middengebied kan baat hebben bij een kabel, waarvan de signatuur als present wordt omschreven.
Dergelijke waarde-oordelen over bepaalde typen kabels kunnen in de audiogemeenschap circuleren. Indien relatief veel gebruikers gelijkvormige ervaringen delen over de kleuring die kabels inbrengen, dan zou je eens kunnen proberen om zelf zo'n kabel toe te passen, indien van toepassing. Door veel te experimenteren kan het natuurlijk ook zo zijn dat je op eigen kracht een fraai matchende kabel of interlink gaat vinden.

Het selecteren van kabels en interlinks op basis van hun muzikale compatibiliteit met de rest van het systeem kan worden beschouwd als de
finishing touch voor het systeem. Een meubelmaker heeft achtereenvolgens een zaag, een schaafmachine en een rasp gebruikt en zal als finishing touch fijn schuurpapier en tenslotte staalwol gebruik voor de eindafwerking. Kabels en interlinks zouden het best op deze manier kunnen worden beschouwd — als het laatste 'fijne kneepje' dat wordt toegepast om het systeem verder in de juiste richting te manipuleren.

Kabels en interlinks kunnen nooit als lapmiddel of oplossing voor slecht gekozen componenten worden ingezet. Dergelijke argumenten kun je beter naast je neerleggen, want die doorstaan de tand des tijds nooit.

Subtiele kabelverschillen komen ook niet altijd tot uitdrukking in een akoestisch "vijandige" omgeving, met sterk reflecterende wanden of een ontoereikend absorptievermogen in het laag. De finishing touch is in dit opzicht dus ook echt een finishing touch: na het akoestisch optimaliseren van een muziekruimte zou het hier besproken aspect van kabel- en interlinkkeuze pas serieus aan de orde moeten komen, alleen al om het bestaan van subtiele kabelverschillen op waarde te kunnen schatten.

Kabels en interlinks kunnen muzikale of elektrische compatibiliteitsproblemen en misaanpassingen dus
niet corrigeren. Als je bijvoorbeeld een eindversterker hebt met een hoge uitgangsimpedantie, die gebruikt wordt om 'hongerige' luidsprekers aan te sturen (dat zijn luidsprekers die een hoge stroomreserve van de versterker eisen voor het weergeven van hun potentieel) , kun je zomaar een al te terughoudende en dynamisch ingeperkte basweergave ervaren. Geen enkele luidsprekerkabel of interlink kan die eigenschap nog corrigeren of neutraliseren; je kunt mogelijk wel enige verbetering in de basweergave realiseren door de meest geschikte kabel uit te kiezen, maar veel beter zou het toch zijn om het probleem aan de bron te neutraliseren — een betere onderlinge elektrische aanpassing van eindversterker en luidspreker.

Goede luidsprekerkabel- en interlinkkeuze zorgt er eigenlijk voor dat de componenten in het systeem op een zo hoog mogelijk niveau kunnen presteren; ze kunnen niet een gebrekkig geïntegreerd systeem (met aanwijsbare muzikale en/of elektronische misaanpassingen) of een moeilijk met de rest van het systeem te combineren component plotseling uitstekend laten presteren. Ze zullen ook niet de akoestische tekortkomingen van een ruimte kunnen neutraliseren: een "traag laag" als gevolg van kamerakoestiek kan enkel met akoestische hulpmiddelen ter plaatse worden opgelost, maar zeker niet door een andere kabel of interlink aan te schaffen. Dat is vragen om frustratie; het kan hoogstens een beperkte tijd soelaas bieden, totdat de nieuwigheid er weer af is...
Bij een goed op elkaar afgestemd systeem van geluidscomponenten is de zorgvuldige selectie van kabels en interlinks juist een lonend en interessant karwei, dat natuurlijk ook bevorderlijk is voor het aanscherpen van je kritische luistercapaciteiten. Zelfs de beste kabels (dat zijn altijd de kabels die simpelweg doorgeven wat er aan muzikaliteit in het systeem zit) kunnen geen absolute verbetering teweegbrengen in het geluid; ze zijn gewoon minder schadelijk in dat specifieke systeem dan andere...

Een typisch hifi-systeem zal uitgerust zijn met één paar luidsprekerkabels (twee paar indien bi-wiring wordt toegepast), één (langere) set interlinks tussen voor- en eindversterker bij gescheiden versies, alsmede diverse kortere interlinks voor het verbinden van de broncomponenten met de voorversterker.
Indien de eindversterker(s) in de buurt van de luidsprekers opgesteld wordt(en) zullen de luidsprekerkabels
kort en de interlink tussen voor- en eindversterker lang zijn. Omgekeerd zullen de luidsprekerkabels langer worden en de interlink tussen voor- en eindversterker korter, wanneer de eindversterker dicht bij de broncomponenten en de voorversterker staat. Er bestaat onder experts geen consensus over de beste methode. Die is er ook niet. Beide methodes zijn uiterst bruikbaar en gelijkwaardig, hoewel soms de electronische specificaties de doorslag kunnen geven voor één van de twee aansluitmethodes. Het meest ideaal is het wanneer zowel de luidsprekerkabels als de interlinks kort zijn. Op die manier valt ook het kabelbudget in belangrijke mate lager uit. Soms ook kan het systeem in dat geval tóch nog met die duurdere bekabeling worden uitgerust, omdat de diverse kabellengtes nu korter en goedkoper zijn geworden. Anderzijds kan misplaatste zuinigheid bij het bepalen van kabellengtes ook de opstellingsmogelijkheden van de apparatuur nodeloos beperken: als het ooit nodig mocht zijn om apparaten iets anders op te stellen, of onderling uit te wisselen, kan die toch al korte interlink nu echt te kort zijn geworden, zodat de voorgenomen opstellingswijziging niet zonder meer door kan gaan.

Interlinks en luidsprekerkabels worden normaliter compleet afgemonteerd (ofwel geconfectioneerd) geleverd door de fabrikanten, d.w.z. op standaard lengte (0,6 — 1 — 1,5m) en met de RCA connectoren aan
gesoldeerd. Hoewel het meestal mogelijk is om elke gewenste lengte te bestellen, is het aan te raden om het confectioneren door de fabrikant of diens vertegenwoordiger te laten doen — m.a.w. het is niet altijd aan te raden om zelf te gaan solderen, omdat je dan goed op de hoogte moet zijn van de kabelgeometrie (de fysieke interne opbouw van), de montagewijze van de connectoren (solderen evt. in combinatie met krimpen), beheersing van de technieken hiervoor en eventuele andere details die van belang zijn voor het verkrijgen van de resultaten die maakten dat je juist voor die kabel hebt gekozen.

Als het budget beperkt is, kan gekozen worden voor een
"prioriteitenaanpak". Concentreer het kabelbudget daarbij vooral rond de verbindingen die voor jou het belangrijkst zijn: dat zijn die waar je het vaakst naar luistert of waarvan je meent dat geluidskwaliteit daar het belangrijkst is. Omdat alle geluidsbronnen met de (eventuele losse) voorversterker zijn verbonden, zal de kwaliteit van de verbinding tussen voor- en eindversterker van doorslaggevend belang zijn voor de weergave van alle geluidsbronnen die met de voorversterker zijn verbonden. Vanzelfsprekend heeft elke geluidsbron, ook een cassettedeck, baat bij een goede interlink.



Zouden dan alle interlinks en luidsprekerkabels van één en dezelfde fabrikant moeten zijn, of kunnen merken ongestraft met elkaar worden gecombineerd?
Opnieuw blijken hier twee denkrichtingen te strijden om de eer.

De eerste
stelt dat een compleet systeem met daarin één merk kabels en interlinks de beste weg is. Als een of andere interlink goed in jouw systeem uitwerkt, gebruik deze dan meteen overal. Dit argument zou de indruk kunnen wekken dat fabrikanten hun luidsprekerkabels en interlinks ontwerpen om gezamenlijk te worden toegepast voor het bereiken van de best mogelijke weergavekwaliteit.

De tweede
denkrichting stelt juist dat verschillende kabel- en interlinkmerken moeten worden gecombineerd. Het gebruik van een en dezelfde kabel en interlink in heel het systeem zou kunnen leiden tot een bepaalde typische karakteristiek die te wijten is aan de sonische signatuur van die kabelfabrikant. Deze benadering is analoog aan die welke in de opnamewereld gebruikelijk is. Technici zullen de opname maken met het ene merk mengtafel en vervolgens de productie afmixen via een tafel van een ander merk. Zij willen daarmee welbewust vermijden dat het apparatuurmerk 'doorklinkt' in het eindproduct (de muziekopname) en laten het signaal zodoende niet tweemaal door dezelfde sonische signatuur 'kleuren'.

Zoals altijd zal de beste methode proefondervindelijk moeten worden vastgesteld en waarschijnlijk ergens in het midden liggen. Want in bepaalde gevallen zal de eerste theorie bevestiging krijgen, in andere gevallen de tweede, maar in de meeste gevallen zal het wel tot een of andere mengvorm komen. Het is in elk geval onmogelijk om te voorspellen welke invalshoek de beste is in jouw specifieke systeem, zodat luisteren de enige oplossing is. De meeste dealers stellen je in de gelegenheid om een aantal verschillende kabels thuis rustig uit te proberen. En wanneer je zou besluiten om op de budgettoer te gaan en zelf kabels te gaan solderen, dan heb je te maken met een kostenplaatje waarbij je makkelijk een tiental verschillende kabels in huis kunt hebben om te beoordelen waar de match kan liggen. Als dit dan
fundamenteel verschillende kabeltypen zijn, krijg je meteen een goed overzicht van de verschillende soorten kleuring die kabels en interlinks met zich mee kunnen brengen.

Het is inmiddels zo dat ik zelf
vooral de goedkopere kabels kan waarderen. Die kun je gemakkelijk vergelijken met (veel) duurdere exemplaren.
Er is bij kabels en interlinks lang niet altijd een duidelijk verband tussen de prijs ervan en uiteindelijke weergavekwaliteit die gerealiseerd wordt.
Het selecteren van kabels en interlinks kan enerzijds dus best een langdurige en ietwat 'taaie' aangelegenheid zijn, maar anderzijds zal de opgedane (luister)ervaring de geïnvesteerde tijd en energie ruimschoots goedmaken. In alle gevallen lijkt de ervaring van een deskundige dealer of bevriende audiokennis met veel kabelervaring van grote betekenis bij het verrichten van een voorselectie. Die vindt plaats op basis van zijn veel ruimere ervaringen samen met jouw persoonlijke voorkeur en budget. Op die manier kun je in één weekend al best een eind komen, hoewel het zeker geen luxe zou zijn om nog veel meer tijd uit te trekken voor dit eindstadium in de samenstelling van een geluidsinstallatie.



Hoeveel moet ik uitgeven aan de bekabeling ?

Aan de bovenkant van dit marktsegment is de
redelijke verhouding tussen de verkoopprijs van een kabel of interlink enerzijds en de kosten van ontwerp en fabricage anderzijds verloren. Vergeet niet dat we in dat geval spreken over kabels en interlinks met in elk geval drie- maar evengoed ook viercijferige prijskaartjes! In tegenstelling tot andere audioproducten, waarvan de verkoopprijzen grotendeels wel min of meer herleid kunnen worden naar de kosten van de gebruikte onderdelen, worden de prijzen van kabels en interlinks in dit segment eerder bepaald door de draagkracht van de markt (populair gezegd dus eigenlijk: "wat de gek ervoor geeft"). Deze trend werd ingezet toen een fabrikant zijn kabelprijzen ooit eens fors hoger stelde dan die welke door alle andere concurrenten werden gehanteerd, en zijn verkoopcijfers vervolgens als een raket zag worden gelanceerd. Andere fabrikanten gingen toen ook hun prijzen opdrijven, opdat ze niet zouden worden aangezien als fabrikanten van producten van lagere kwaliteit ("zò goedkoop, dat kan nooit veel bijzonders zijn — zò duur, dat moet dan wel erg goed zijn").
Hoewel een aantal kostbare kabels en interlinks wel degelijk hun hoge prijsstelling enigszins kunnen rechtvaardigen (gebruik van bijvoorbeeld exotische materialen als puur zilver of goud, die op de wereldmarkt voor vastgestelde en wisselende prijzen worden verhandeld), zijn de prijzen van veel kabels helaas op een feitelijk lachwekkende manier opgedreven. Het is moeilijk om het kaf van het koren te scheiden, en tegelijkertijd is er ook niks op aan te merken om flink te investeren in de juiste bekabeling waarmee het systeem hoorbaar beter presteert.

De budget-bewuste liefhebber kan zich dankzij dit verschijnsel een groot plezier doen. Meestal zijn de veel lager geprijsde producten van diezelfde kabelfabrikant (bijna) net zo goed als het topproduct. De fabrikant drijft de prijs van zijn topkabel op om de indruk van het extreme 'high-end' karakter van dat product nog meer te benadrukken, maar hij is voor zijn voortbestaan toch vooral afhankelijk van de massaverkoop van de vriendelijker geprijsde producten uit zijn pakket. Als je op pad gaat om kabels en interlinks te selecteren, luister dan eens naar de gunstiger geprijsde producten van een goede kabelfabrikant, zelfs als je een stevig budget hebt. Je zou weleens zeer aangenaam verrast kunnen worden...

Aangezien elk systeem toch net weer anders is, is generaliseren omtrent het percentage van het totaalbudget dat voor bekabeling moet worden uitgetrokken helemaal niet verstandig. Een absoluut minimaal kabelbudget zou zo'n 5% van het totaalbudget kunnen zijn, terwijl een reservering van ongeveer 15% zo'n beetje
het redelijke maximum kan zijn. Ik vermoed dat in mijn huidige set de bekabeling ongeveer 2% van het totaal inneemt, terwijl ik niettemin niet eerder in m'n persoonlijke geluidsevolutie een betere weergave kon realiseren dan nu. Ook niet toen het kabelbudget 25% van het totaal bedroeg...
Ik zou dus opnieuw willen benadrukken dat een hoge kabelprijs geen enkele garantie biedt dat de kabel ook werkelijk goed klinkt of goed uitpakt in jouw systeem. Ga er ook niet automatisch van uit dat de duurdere kabelvariant beter is dan de goedkopere, ook niet als het kabels of interlinks van hetzelfde merk betreft! Luister als het kan — en vooral ook als je alles uit het systeem wenst te halen — naar een veelheid van kabels en interlinks, desnoods uitgesmeerd over een periode van maanden, en je pogingen worden beloond met precies de juiste bekabeling voor je systeem en hopelijk ook voor een heel redelijke prijs.



naar boven





Waar Luisteren we eigenlijk naar ?

Kabels moeten beoordeeld worden in het systeem waarin ze worden gebruikt.
Niet alleen is het geluid van de een of andere kabel (deels) systeemafhankelijk, maar de geluidskenmerken van een specifieke kabel werken muzikaal beter uit in het ene systeem dan in het andere. Bovendien is zelf luisteren de enige manier om kabels en interlinks waar je misschien jaren naar zult gaan luisteren te evalueren. Het is niet verstandig om je oordeel over deze producten af te laten hangen van het technische jargon rondom de kabel, dat altijd aanleiding is voor de meer dan gemiddelde superkwaliteit ervan. Veel van deze kennis berust op weinig meer dan pure reclamekretologie en houdt geen echt verband met de muzikaliteit van het product in jouw specifieke systeem. Vertrouw op je oren.......

Gelukkig is het beoordelen van kabels en interlinks vrij eenvoudig; het volume is bij vergelijk van kabels in elk geval gelijk (dat is althans wel te hopen, anders is voorzichtigheid wel op z'n plaats). Calibratie is dus niet nodig. Er zijn echter twee valkuilen die je tijdens de selectieprocedure moet zien te vermijden, omdat anders de beoordeling van sommige, of alle producten zonder waarde zal zijn.

In de eerste plaats
zijn sommige luidsprekerkabels en interlinks 'richtinggevoelig', d.w.z. dat de fabrikant voorschrijft — middels pijltjes op de kabel of een merktekentje aan één kant — dat bij het aansluiten van de kabel of interlink acht moet worden geslagen op
de signaalrichting, die middels het merkteken of de pijlen wordt aangegeven. De signaalrichting van een kabel wordt volgens sommige bronnen bepaald door diens geometrische kenmerken — aspecten van de opbouw van die kabel. Het spreekt vanzelf dat je je beter kunt houden aan het voorschrift van de fabrikant. Markering van de signaalrichting maakt het ook mogelijk om de kabel of interlink altijd op dezelfde wijze aan te sluiten. Overigens is dat ook mogelijk indien er tekst op de kabel is gedrukt: als je als leesrichting ook signaalrichting aanhoudt, zul je de kabel ook altijd hetzelfde aansluiten.
Indien het hierna genoemde aspect van 'inspelen' herkenbaar voor je is, zal het ook nodig zijn om de kabel steeds op dezelfde manier aan te sluiten.

De tweede reden om een kabel of interlink altijd op dezelfde wijze aan te sluiten, vertegenwoordigt een controversieel thema in de audiowereld. Gebruikers melden dat
sommige kabels en interlinks enige tijd nodig hebben om goed 'ingespeeld' te raken, alvorens de klankeigenschappen stabiel geworden zijn en niet meer lijken te wijzigen. Voordat het zover is worden kabels die inspelen weleens als vermoeiend, helder (of juist dik), hard en/of verstopt klinkend omschreven. Zulke extreem overkomende kenmerken verdwijnen doorgaans al na enkele speeluren, terwijl er soms enkele dagen of weken (afhankelijk van de speelfrequentie) nodig zijn om de kabel volledig in te spelen, d.w.z. dat de eigenschappen stabiel lijken te blijven.
Aanvankelijk weet je dus niet zeker of de kabel nu minder overtuigend klinkt als gevolg van het feit dat deze nog niet is ingespeeld, of als gevolg van inherente eigenschappen. In het eerste geval is verbetering te verwachten, maar in het laatste geval zal de kabel niet beter gaan klinken naarmate de tijd verstrijkt.

Gebruikers melden dat ook kabels die door de fabrikant
niet als richtinggevoelig worden verkocht wel degelijk beter blijven klinken als zij steeds op dezelfde wijze worden aangesloten voor wat betreft de signaalrichting. Als je je systeem moet verplaatsen om het elders weer op te bouwen, kun je dus beter maar opletten dat alle kabels op dezelfde wijze terug worden gezet, anders loop je het risico dat die kabel weer opnieuw moet worden ingespeeld, maar dan in de tegenovergestelde signaalrichting. Om zulke valkuilen te mijden kun je dus beter de voorschriften van de fabrikant opvolgen en de kabels steeds in één en dezelfde richting aansluiten. Dat doe je aan de hand van eventuele pijltjes of merktekens op de kabel. Zoals gezegd kun je ook de leesrichting van de tekst op de kabel hanteren als consequente leidraad.

Uit het artikel over de voorwaarden voor correcte en betrouwbare A/B vergelijkingen van audiocomponenten,
"Procedures rond Kritische Luistersessies" blijkt dat de fundamentele vereiste is, dat je slechts één parameter tegelijkertijd verandert bij kritische luistersessies. Aldus kan het gevolg van verschillende parameters van elkaar gescheiden blijven in de eindbeoordeling. Je kunt gewoon eens proberen of het omkeren van een reeds ingespeelde kabel of interlink inderdaad tot een hoorbaar verlies van enige muzikale kwaliteit leidt. Doorgaans zal zoiets vooral in aspecten van de ruimtelijke afbeelding tot uiting komen, maar klankmatig zou er ook een verandering kunnen optreden. Als je bezig bent om meerdere kabels ter beoordeling uit te luisteren, ten einde zo tot een verantwoorde keus voor je systeem te komen, moet je er goed op letten of je op de volgende twee vragen "ja" kunt antwoorden:

a. Is elke te vergelijken kabel / interlink volledig ingespeeld?

b. Is de signaalrichting waarin de kabel / interlink werd ingespeeld dezelfde als de signaalrichting waarin je de kabel nu aansluit ter beoordeling?




Gewapend met deze voorzorgsmaatregelen ben je nu klaar voor het beoordelen van kabels en interlinks. Er zijn in feite twee methodes bruikbaar voor zulke beoordelingen, maar wel na elkaar, en niet gelijktijdig!

Methode 1: Luister een kwartier tot een half uur naar de eerste interlink en vervang deze dan door een volgende kandidaat. Eén manier om tot een goede keuze te komen is jezelf af te vragen welke interlink je het meest van de muziek laat genieten. Het is eigenlijk niet nodig om te analyseren wat je hoort; kies gewoon de interlink waarmee je je het meest thuis voelt. Het is wel wel zinvol om tenminste een deel dezelfde muziek af te spelen tijdens twee vergelijkende luistersessies.

Methode 2: Hierbij is het zaak om zorgvuldig te onderzoeken wat je precies met iedere interlink of kabel hoort, om die bevindingen dan tegen elkaar af te gaan zetten om tot een waarde-oordeel te komen. Je zult dan vaak het ene aspect in de voorgrond zien komen ten koste van een ander (min of meer tegengesteld) aspect: de ene kabel geeft een gladdere hoogweergave en een fijner oplossend vermogen, maar een wat minder scherpe instrumentenplaatsing en doorzichtigheid in het geluidsbeeld dan de andere kabel. Een andere vaak voorkomende 'ruilhandel' is die tussen gladheid en detailweergave: de glad klinkende kabel mag dan enige muzikale informatie achterhouden, maar de gedetailleerd klinkende kabel kan al binnen twee weken na aankoop bij nader inzien toch veel te analytisch en helder klinken.
Wat wil je zelf allereerst horen?
Dat is de vraag die alleen maar beantwoord kan worden doordat je er zelf naar luistert, thuis. Tenslotte is het mogelijk dat een goede bekabeling beter laat horen op welke punten
de rest van het systeem nog tekortschiet!



Het is vanaf dit punt wel zaak om, zoals reeds werd opgemerkt, de grote problemen rondom opstelling en akoestiek te hebben opgelost in je ruimte. De kabel die je wilt testen mag niet de schuld krijgen eigenschappen te bezitten die eigenlijk vooral een akoestische en/of opstellings-gerelateerde oorsprong hebben!

Kabels en interlinks kunnen soms vervelende vervormingsproducten laten horen in de muziek. Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende geluidsproblemen die met luidsprekerkabels en interlinks kunnen optreden. Een volledige beschrijving van de gebruikte terminologie kun je vinden in de verhandeling, 'Een Beter Luisteraar Worden'.

Korrelige en ruwe treble: Kabels spreiden soms een korrelig weefsel als een netwerk over de treble uit. Het geluid is ruw, hoekig of grof, in plaats van glad, gepolijst of vloeibaar.

Heldere en metalige treble: Bekkens klinken als uitbarstingen van witte ruis en niet als kopergekletter. Deze hebben de neiging om, over het geluidsbeeld heen, eruit te spetteren en klinken niet als compacte afbeeldingen. Sisklanken (s en sh in vocalen) worden benadrukt en laten de treble spichtig klinken. Het is nooit een goed teken als er plotseling meer sisklanken hoorbaar worden...

De tegengestelde situatie resulteert in een
donkere en opgesloten trebleweergave. De kabel behoort open, luchtig en met uitgebreide bovenruimte in de treble te klinken, zonder door te slaan naar het voorgaande, al te heldere, geëtste of analytische hoog.

Harde texturen en gebrek aan vloeibaarheid: Luister speciaal naar een glasachtige bijklank bij solo piano in de hogere registers of bij een akoestische opname van een viool. Tevens kunnen grote aantallen stemmen (koor) glazig en hard gaan klinken in plaats van vloeibaar en rijkelijk doortekend.
Hou er vooral ook rekening mee dat het geluidsvolume zelf soms ook een rol kan spelen. Vooral bij een niet-zo-ideale akoestiek kan dit soort van glazigheid en hardheid in de weergave net zo makkelijk door ongetemde reflecties worden opgewekt...

Luistermoeheid: Een kabel kan soms vrij snel luistermoeheid oproepen, soms ook weleens hoofdpijn. Er is dan tevens een gevoel van opluchting als de muziek voorbij is. Niet goed...
De juiste bekabeling (maar dan ook in een goed systeem en dito akoestiek) laat je ongedwongen naar hogere geluidssterktes luisteren, ook gedurende langere tijd. Als een kabel echt luistermoeheid met zich meebrengt kun je die beter vermijden, ongeacht alle andere positieve kwaliteiten.

Gebrek aan ruimtelijkheid en diepte: Door een bekende opname te beluisteren met veel natuurlijke diepte- en ruimte-informatie (ambiance) kun je beoordelen hoe bepaalde kabels en interconnects met die informatie omgaan. Daarbij is ook het aspect van instrumentenplaatsing in een driedimensionale ruimte van belang, en alles wat daarmee onder invloed van kabels verder gebeurt. Gebrekkige kabels kunnen ervoor zorgen dat het geluidsbeeld minder doorzichtig wordt.

Laag oplossend vermogen: Sommige kabels en interlinks klinken weliswaar gepolijst, maar ze verduisteren tevens de fijnste details in de muziek. Luister goed naar opnames waarin zulke 'low-level informatie' en innerlijke detaillering van afzonderlijke instrumenten is vertegenwoordigt.
Het tegenovergestelde van gepolijste weergave is een weergave die door de kabel
meedogenloos onthullend wordt t.a.v. ieder detail in de muziek. Dergelijke openheid heeft echter een onnatuurlijk karakter. Muzikaal detail moet natuurlijk altijd goed te onderscheiden zijn, maar het hoeft niet te worden opgeblazen of overdreven, zodat het een hoofdrol toebedeeld krijgt die het niet verdient. Integratie van details met de body van de muziek is erg belangrijk; we willen geen details om het detail, en t.a.v. dit heel belangrijke aspect zal de ideale kabel er een zijn die een goed evenwicht brengt tussen resolutie van detail en het gevoel van gemak en gladheid waarmee echte muziekweergave altijd wordt omgeven.

Rommelige bas of slechte definitie van toonhoogte: Een niet zo fijn matchende kabel of interlink kan de basweergave traag, papperig en eentonig maken. Met een dergelijke kabel worden de onderste regionen enigszins drassig en vet in plaats van strak en met goede articulatie. Individuele noten gaan grotendeels of geheel op in een onbestemd gerommel van lage frequenties, en dit geheel komt daardoor bovendien ook "los te staan" van de muzikale boodschap en inhoud.
In feite geldt deze aanwijzing voor elk klankaspect van het spectrum dat als niet-geïntegreerd met de rest van de muziek wordt neergezet. Goede kabels en interlinks behoren te zorgen voor coherentie in de weergave, zodat geen expliciete nadruk ligt op enig deelgebied. Tenzij je dit zelf zou wensen natuurlijk...

Beperkte dynamiek: Met een daartoe geëigende opname let je op de capaciteit van kabel of interlink om een "portret" neer te zetten van de dynamische structuur in de muziek, zowel op grote (macro) als op kleine (micro) schaal. De transiënt van een gitaarsnaar moet bijvoorbeeld snel en met een stevig dynamisch 'randje' worden afgebeeld. Op grotere schaal moeten orkestrale climaxen krachtig zijn en als het kan ook een gevoel van fysieke impact teweegbrengen — uiteraard op voorwaarde dat het systeem ook in staat is om dit aspect goed over te brengen, hetgeen bij macrodynamiek meestal samenhangt met wat grotere woofers.

Het moet nog maar eens herhaald: het toepassen van een al te stevig kleurende kabel of interlink om problemen in andere componenten en op andere gebieden te
compenseren (een al te 'donkerbruine' kabel voor een al te analytische luidspreker) is op termijn vaak niet de beste oplossing.
Als het daarvoor niet te laat is, kun je beter het geld dat bestemd is voor bekabeling -- samen met de inruilprijs van je luidsprekers -- gebruiken om nieuwe, meer passende luidsprekers aan te schaffen, om
pas daarna weer met bekabeling bezig te gaan.














































kabel: voorbeeld van een goedkope
afgeschermde luidsprekerkabel (Supra)












voorbeeld van een Prefer MGK-6
een uitstekende, ongebalanceerde interlink
met o.a. een koolstofmantel
prijs: € 3,95 per meter
















































































cable-dressing






















































































budget interlinks:
€ 3,95 per mono-meter;
samen met de goedkoopste Neutrik rca's
heb je dan voor € 12,50 een stereo-interlink van 60cm
die even goed of misschien wel beter blijkt te presteren
dan elke kostbare Siltech of Nordost uit mijn vroegere set...


















































akoestiek (nagalmtijd en reflectiegedrag) van de ruimte
kunnen beter onder controle zijn gebracht,
vooraleer je overweegt om te gaan investeren in nieuwe bekabeling



Terminals en Kabeluiteinden

Terminals achterop (eind)versterkers en luidsprekers vertonen vaak flinke verschillen in kwaliteit en uitvoering, vanaf het iele, met drukveertje uitgevoerd klemmetje op goedkope of oudere luidsprekers en versterkers, tot massieve, speciaal ontworpen en machinaal vervaardigde bronzen draaiklemmen die van een laagje exotische metaal zijn voorzien, zoals bijvoorbeeld hier rechts op de foto. Slechte terminals tasten niet alleen de geluidskwaliteit aan, maar breken ook gemakkelijk af of raken snel anderszins defect. Als je luidsprekers of een (eind)versterker gaat kopen, kun je beter ook goed letten op de kwaliteit van de terminals.

Het meest gebruikte type is tegenwoordig gelukkig wel de
meerwegterminal, waarbij naar keuze een spade, banaanstekker of blote draad kan worden aangesloten. Desnoods ook tegelijkertijd. De met edelmetaal afgewerkte exemplaren zullen, als het goed is, niet corroderen. Corrosie tast het geleidend vermogen sterk aan. Ze kunnen natuurlijk wel vies en/of vet worden, wat ook niet bevorderlijk is voor de geleiding... Hoogwaardige terminals kunnen strak worden aangedraaid, wat nodig is voor voldoende contactdruk, maar het hoeft ook weer niet zo strak dat de terminals in de behuizing dreigen rond te gaan draaien...
Als je de keuze hebt uit blote draad, een spade of een banaanstekker aan het kabeluiteinde, kies dan gerust voor de blote draad. Die levert in feite het beste contactoppervlak met de terminal. Zorg er dan wel voor dat je kabel lang genoeg is om die -- in de loop der jaren -- enkele malen opnieuw te kunnen strippen. Blote draad zal, onder invloed van de contactdruk, beschadigen en kan in feite maar één of twee keer goed worden gebruikt. Daarna opnieuw strippen...
De spade is bijna even goed en kan, mits deze het juiste formaat heeft, zeer stevig worden verankerd en is uiteraard duurzamer dan blote draad.
Banaanstekkers zijn meestal
inferieur omdat er nauwelijks
contactdruk van betekenis kan worden uitgeoefend. Als er al enige contactdruk is, dan wordt deze verdeeld over een veel te klein contactoppervlak waardoor, alles bijeen genomen, de gebrekkigste contactovergang van de drie mogelijkheden ontstaat. Een uitzondering is altijd de banaanstekker van fabrikant WBT uit Duitsland geweest, die exemplaren op de markt brengt die wel degelijk een acceptabele contactdruk kunnen uitoefenen via een voldoende groot contactoppervlak. Deze stekker accepteert ook alle gangbare kabeldiktes.
Overigens worden ook de RCA connectoren, RCA chassisdelen, meerwegterminals en banaanstekker-chassisdelen van deze fabrikant hoog aangeslagen. De
'goedkoper' geprijsde lijn van deze fabrikant is een serieuze overweging waard. Op punten van verankering, contactoppervlak en duurzaamheid doen zij niet onder voor de duurdere lijn, die zogezegd 'hoogwaardigere' materialen gebruikt, nóg nauwere toleranties hanteert en nog wat hogere contactdrukken weet te realiseren.

Je zult je misschien al realiseren dat elke
contactovergang in de signaalweg het signaal ook enigszins zal aantasten.

Een contactovergang is elk punt in de keten waar het signaal op een of andere manier
aan een andere, volgende geleider wordt doorgegeven.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij het soldeerpunt "kabel - connector", maar ook bij de steekverbinding "connector — chassisdeel" of "spade — terminal" en "spade— kabel".

Om contactovergangen te vermijden en zo hun aantal dus te minimaliseren, gaan sommige audiofielen zover dat zij alle connectoren, chassisdelen, vorkjes en terminals hebben verwijderd uit hun systemen. Alle verbindingen worden dan rechtstreeks aan elkaar gesoldeerd. Deze techniek, die vaak al
in luidsprekers wordt toegepast bij de verbinding van scheidingsfiltercomponenten en verbinding met luidsprekerunits of terminals, heet
'hard-wiring'. Het kan een zinvolle optie zijn, maar het is er niet een waartoe men lichtvaardig over zal gaan.
Gedeeltelijke hard-wiring kan wel een goed alternatief zijn: daarbij wordt dan alles wat na de eindversterker komt direct aan elkaar gesoldeerd, waardoor de contactovergangen tussen connectors en terminals worden geëlimineerd. Hierdoor vormen de luidsprekers en de kabels een onlosmakelijk geheel, dat nog altijd handelbaar kan blijven - dit in tegenstelling tot volledige hard-wiring. Bij verplaatsing van de apparatuur is het immers onvermijdelijk dat bepaalde hard-wired verbindingen moeten worden verbroken, om vervolgens na de verhuizing weer aaneen te worden gesmeed.



Onderhoud: Reiniging
van Contactovergangen


Als je niet voor hard-wiring kiest, zul je naar alle waarschijnlijkheid gebruik maken van interlinks met connectoren en luidsprekerkabels, al of niet met aangesoldeerde eindverbindingen. De aantasting van de signaalkwaliteit door hoogwaardige contactovergangen is over het algemeen minimaal, hoewel er in mijn eigen experimenten weleens spades en banaanstekkers voorbij zijn gekomen die zeer inferieur van kwaliteit waren (blik) en goede muziekweergave konden belemmeren.

Geklemde contactovergangen, waaronder ook de RCA-steekverbindingen vallen, zullen op den duur hoe dan ook vervuilen. Soms zullen ze ook loslopen. Tegelijkertijd zullen de geleidende eigenschappen dan verminderen. Omdat dit proces erg langzaam verloopt (maanden tot een jaar), zal het in principe niet worden opgemerkt.
Speciale
contactreinigers zijn op de markt, bedoeld voor het verwijderen van aanslag en oxidatie die zich afzet op RCA connectoren en chassisdelen, terminals en spades of andere (blote) kabeleinden. Het product zit meestal in een flesje en de vloeistof kan met pijpreinigers en wattenstaafjes op de contactoppervlakken worden aangebracht.

Bij het reinigen van RCA chassisdelen op (voor)versterker, eindversterker en broncomponenten moet je er aan denken om niet alleen de
buitenste ring, maar ook het onzichtbare binnenste contactpunt te poetsen. Heel erg vieze chassisdelen, connectoren, terminals of kabeleinden kunnen eventueel eerst gereinigd worden met een geschikt reinigingsmiddel op zeepbasis. Daarna goed ontvetten met alcohol en tenslotte reinigen met de speciale contactvloeistof — altijd goed poetsen om residu te verwijderen.

Mijn eigen ervaringen met het gebruik van
alcohol blijken tot even goede resultaten te leiden als het gebruik van zulke speciale, maar veel duurdere contactvloeistoffen. Alcohol 96% is bij elke drogist verkrijgbaar. Neem geen andere variant dan zuivere alcohol! Spiritus moet vermeden worden, vanwege de aanwezigheid van een blauwe kleurstof, die een residu zal achterlaten op de contactovergang.
De terminals op de luidsprekers en achterop de (eind)versterker, alsmede de kabeluiteinden (banaan, spade of blote draad) moeten eveneens gereinigd worden. Maak vooral
de feitelijke contactvlakken schoon! Let vervolgens goed op dat eenmaal gereinigde contactoppervlakken niet opnieuw met de vingers aangeraakt worden! Lichaamsvetten trekken gemakkelijk vuil aan, hinderen de elektrische overgang enigszins en triggeren het ontstaan van oxidatieproducten op de meeste metalen.



Bi-wiring

Bi-wiring betreft het aansluiten van twee kabellengtes tussen een (eind)versterker en een luidspreker, waardoor de afzonderlijke laag- en hoogunits middels een aparte kabel aangestuurd kunnen worden vanaf de (eind)versterker. Deze techniek voert soms tot een duidelijk waarneembare verandering van de weergave t.o.v. de enkeldraads verbinding. Er is geen garantie dat deze verandering ook als verbetering kan worden beschouwd.
Soms is er niet of nauwelijks verandering waarneembaar. En soms levert bi-wiring een regelrechte verslechtering op van de muzikale weergavekwaliteit, omdat het de ruimtelijke afbeelding op een vreemde manier kan beïnvloeden.
Het mag duidelijk zijn dat bi-wiring op zijn minst controversieel is, en een experiment in de eigen luisteromgeving absoluut noodzakelijk maakt.

Veel luidsprekers zijn tegenwoordig uitgevoerd met
twee stel terminals achterop. Dat is ook meteen een grondvoorwaarde voor bi-wiring. Eén paar ervan is intern verbonden met de scheidingsfiltersectie voor de woofer, en het andere paar gaat naar de scheidingsfiltersectie die met de tweeter of met de middentoner/tweeter is verbonden. De zgn. "brugverbindingen" achterop de luidsprekers (twee draadjes of twee metalen plaatjes) die de beide terminals af-fabrieks met elkaar doorverbinden om standaard "single-wiring" mogelijk te maken, moeten uiteraard verwijderd worden voor de bi-wired aansluiting.

In een bi-wired systeem "
ziet" de eindversterker een hogere impedantie in de tweeterkabel bij lage frequenties en een lagere impedantie bij hogere frequenties. Het omgekeerde gaat op voor de wooferhelft van het bi-wired luidsprekerpaar. Dit gegeven zorgt ervoor dat het signaal zich na de eindversterker 'splitst', waardoor hogere frequenties getransporteerd worden door de kabel die op de tweetersectie van het scheidingsfilter is aangesloten, terwijl lagere frequenties het kabelpaar gebruiken dat aan de woofersectie is gekoppeld. Deze frequentiesplitsing reduceert
in theorie de magnetische interactie in een kabel, en dat zou dan weer kunnen resulteren in een betere en schonere weergave. De relatief grote magnetische velden die rondom geleiders van lage frequenties opgewekt worden kunnen het transport van hoge frequenties beïnvloeden, zo gaat het verhaal. Niemand weet blijkbaar precies hoe en waarom bi-wiring werkt, en ook niet waarom het soms dus niet werkt of zelfs averechts uitpakt! Wanneer een luidspreker met dubbele klemmen is uitgevoerd, loont het eventueel de moeite om een experiment met bi-wiring te doen.

Er zijn speciale bi-wire kabels te koop, die bestaan uit twee dezelfde,
maar niet even dikke samengebundelde kabelparen. Er kunnen mogelijk ook voordelen te behalen zijn door verschillende kabels naast elkaar te gebruiken, alhoewel dit vaak ook ten koste van 'coherentie' in het geluidsbeeld kan gaan. Door een kabel met goede baskenmerken toe te passen als aansturing voor de woofersectie en een andere, prettig klinkende kabel voor de tweetersectie, zou je betere prestaties verwachten voor minder geld, maar de keerzijde van verminderde coherentie is soms een te hoge prijs.
Als je al verschillende kabels zou willen gebruiken, dan is het waarschijnlijk aan te raden om producten van dezelfde fabrikant te gebruiken, of om kabels te gebruiken met gelijke fysieke en geometrische eigenschappen.
Dit gegeven pleit bijvoorbeeld tegen het gelijktijdig gebruik van massieve (solid-core) kabel voor het laag en gevlochten of veeladerige kabel voor midden en hoog, maar evengoed ook tegen het gebruik van verschillende geleidermaterialen (koper voor laag en zilver voor midden-hoog).
Als de kabels in een bi-wired systeem een verschillende capaciteit of inductie hebben, zullen die grootheden de eigenschappen van het scheidingsfilter afzonderlijk gaan beïnvloeden.

Niettemin zou ik boven alles het gehoor de doorslag laten geven.
Als het goed klinkt kan het vast ook goed toegepast worden!



naar boven





Opbouw van Kabels en Interlinks

Kabels en interlinks zijn samengesteld uit drie hoofdelementen: de signaalgeleiders, het diëlektricum en de kabeluiteinden.

De
geleiders transporteren het audiosignaal
Het
diëlektricum is een isolerend materiaal tussen en rond de geleiders
De
kabeluiteinden voorzien in een verbinding met de apparatuur.


Deze elementen wordt tot een fysieke structuur gevormd die de
geometrie van de kabel wordt genoemd. Ieder van die elementen kan de geluidskwaliteit beïnvloeden.




Geleiders

Deze bestaan meestal uit
koper en soms uit vertind koper, zoals bij de kabel hierboven. Een ander regelmatig gebruikt geleidermateriaal is zilver. Ook goud en koolstof worden als geleidend materiaal toegepast in kabels en interlinks.

Behalve het materiaal zelf is ook de
zuiverheid van koper, zilver of goud van belang. De zuiverheid van deze metalen wordt soms aangeduid met het percentage zuiver koper, zilver of goud dat zij bevatten; de rest bestaat uit 'verontreinigingen' zoals ijzer, zwavel, antimonium, aluminium en arseen. Koper van hoge zuiverheid wordt aangeduid als 99,99997% De mening van velen is: hoe zuiverder het koper, hoe beter de klankeigenschappen. Soms wordt er ook gesproken van OFC, of "Oxygen-Free Copper" (zuurstofvrij koper) — koper waaruit de zuurstofmoleculen zijn verwijderd. Beter is om dit zuurstofarm koper te noemen, aangezien verwijdering van alle zuurstofmoleculen niet mogelijk is. Dit weghalen van zuurstofmoleculen vertraagt de vorming van koperoxides aanmerkelijk. Deze kunnen de fysieke structuur van het koper onderbreken en zo de geluidskwaliteit aantasten. Koperoxiden zijn zeer slechte geleiders en worden door goede contactreiniging afgebroken of verwijderd.

LC of 'Linear Crystal' is een andere term die met koper verbonden is, en de structuur van het koper beschrijft. Getrokken koper heeft een korrel- of kristalstructuur die kan worden gezien als een verzameling kleine onderbrekingen in het koper. Het signaal kan nadelig benvloed worden als het deze onderbrekingen passeert: de kristalranden kunnen als een mini-circuit werken, compleet met capaciteit, inductie en een diode-effect.
Standaard koper — lampsnoer en ander gewoon elektriciteitssnoer — bevat ongeveer 500 kristallen per decimeter; LC-koper ongeveer 25.
Koper ziet er onder de microscoop, vergroot tot kristalniveau — enigszins homogeen of uniform uit; het ziet er de ene kant op echter ook heel anders uit dan de andere kant. Al het koper dat tot dunne draden getrokken wordt vertoond een kristalstructuur als naast elkaar liggende sergeantstrepen of 'chevrons'. Deze typische gerichte kristalstructuur kan wellicht verklaren waarom kabels verschillend klinken als de signaalrichting zich wijzigt.
Geleiders worden gemaakt door dikke staven te gieten en deze vervolgens door een dunnere gecalibreerde opening te trekken. Een andere techniek — duur en uiterst zeldzaam — heet pseudo-gieten. Het koper wordt in de uiteindelijke dikte gegoten, zonder de noodzaak het materiaal te 'trekken'.

De techniek die tot de hoogste kwaliteit getrokken koper leidt is
"Ohno Continuous Casting" of OCC. OCC-koper bestaat uit één kristal per 200 meter — veel minder nog dan LC-koper. Het audiosignaal reist nu in theorie door één enkele geleider, in plaats van dat het telkens kristalgrenzen (contactovergangen op moleculair niveau) moet overschrijden. Omdat het OCC-proces kan worden toegepast op alle zuiverheden van koper, is niet alle OCC-koper gelijk.

Een ander belangrijk, hoewel iets minder gangbaar materiaal voor de geleider is
zilver. Zilverkabels en dito interlinks zijn logischerwijs duurder dan koperen exemplaren, maar zilver heeft mogelijke voordelen. Hoewel het geleidend vermogen van zilver marginaal hoger is dan dat van koper, zijn zilveroxides niet erg problematisch voor doorgifte van het audiosignaal, in tegenstelling tot koperoxide. Zilveren signaalgeleiders worden volgens dezelfde methodes vervaardigd als hierboven werd beschreven over de koperen geleiders.
Dezelfde argumenten gelden voor
goud als geleider. Goud wordt soms ook "geïnjecteerd" -- d.w.z. dat de geleider niet uit puur goud bestaat, maar hiermee is "verrijkt".

Tenslotte is
koolstof in de laatste jaren in zwang gekomen als geleider in interlinks. Hoewel er allerlei theoretische bezwaren zijn in te brengen tegen het gebruik van koolstof als geleider, zijn er gebruikers die erg hoog opgeven van de muzikale kwaliteiten van koolstof interlinks. Als je de kans krijgt om er eens een te proberen, vergelijk 'm dan zeker eens met traditionele interlinks van koper!



Het Diëlektricum

Het diëlektricum is het materiaal dat de geleiders omgeeft.
Bij kabels en interlinks is het medebepalend voor hun dikte. De meest recente inzichten wijzen erop dat het diëlektricum, ondanks dat het geen geleider is, een grotere invloed heeft op het geluidskarakter van de kabel dan de geleider zelf! Vergelijkingen van identieke geleiders en geometrie, maar met verschillende materialen voor het diëlektricum tonen het grote belang van dit onderdeel van de kabel aan, omdat verschillende materialen voor het diëlektricum ook tot verschillen in de weergave blijken te voeren.

Dit fenomeen is bekend en gedocumenteerd. Diëlektrische materialen absorberen (electromagnetische) energie, een verschijnsel dat
diëlektrische absorptie wordt genoemd. Een condensator werkt welbewust exact op deze wijze: een diëlektrisch materiaal tussen twee geladen platen slaat energie op — de capaciteit of waarde van de condensator. Een prima fenomeen als het zich voordoet in een condensator, maar in een kabel of interlink kan diëlektrische absorptie het signaal juist aantasten! De energie die door het diëlektricum wordt opgenomen zal immers ook weer vrijgemaakt worden, en wel nadat een minimaal tijdsverloop plaatsvond — een zeer ongewenste toestand die in het jargon "versmering" wordt genoemd.

Je zou verwachten dat diëlektrische materialen in kabels en interlinks dus worden uitgekozen op basis van hun minimale diëlektrische absorptiewaarde. Goedkopere kabels en interlinks gebruiken plastic of PVC als diëlektricum. De zogenaamd "betere" kabels in de markt passen polyethyleen toe, en de beste maken gebruik van een diëlektricum uit polypropyleen of teflon.
Eén fabrikant heeft een vezelachtig materiaal ontwikkeld, dat voornamelijk lucht omhult en liefhebbers die het gebruik van natuurlijke materialen boven synthetische materialen stellen zoeken hun heil in een omhulling van katoen.
Nog weer andere fabrikanten injecteren lucht in het diëlektricum, zodat een schuimachtige substantie ontstaat, waarin relatief veel lucht is opgesloten.
Bij condensatoren die in de signaalweg worden toegepast heeft het gebruikte materiaal van het diëlektricum een grote invloed op de klankmatige kenmerken van de condensator. Er zijn zodoende veel typen van condensator, en aan elk type worden zekere klankeigenschappen toegedicht. Het diëlektricum in kabels en interlinks heeft, om bovengenoemde redenen van diëlectrische absorptie, eveneens invloed op de klankeigenschappen, maar die is feitelijk ongewenst.

Het beste diëlektricum is géén diëlektricum (of een vacuüm).
Eén bepaald type massieve en relatief heel goedkope luidsprekerkabel en interlink op de markt bestaat uit niet meer dan een massief koperen ader, met daar omheen een laagje schellak, zoals bij de wikkelingen van een transformator (Anti-Cable).
Dit geminimaliseerde diëlektrikum is de oorzaak voor de uiterste neutraliteit, openheid en correctheid van de weergave die met zulke bekabeling kan worden gerealiseerd.
De laatste 10 jaar wordt er ook weer volop geëxperimenteerd met katoenomhullingen voor de geleiders, zoals dit vroeger werd toegepast voordat kunststoffen het overnamen. Een belangrijk voordeel van katoen als diëlektricum is de afwezigheid van diëlektrische absorptie. Zodoende benadert een omhulling die is gemaakt uit een katoenen schoenveter het theoretische ideaal van
"geen diëlektricum"!



Geometrie

De wijze waarop alle elementen of onderdelen van een kabel zijn gerangschikt ten opzichte van elkaar is wat wordt verstaan onder de geometrie van een kabel of interlink. Sommige ontwerpers houden vol dat de geometrie het allerbelangrijkste is in een kabelontwerp — belangrijker nog dan het materiaal en type van de geleider of het diëlektricum.


hierboven:
De geometrie van de eenvoudigste interlink:
één centrale geleider plus één geleider buitenom,
die tevens als afscherming dient...


Een eenvoudig voorbeeld illustreert hoe
de fysieke opbouw van een kabel de prestaties zal beïnvloeden: laat een paar signaalgeleiders in spiraalvorm rond elkaar gedraaid lopen, in plaats van parallel aan elkaar.

Het twisten van de geleiders zal de capaciteit en inductie van de kabel verminderen. Dit is natuurlijk een tamelijk grof voorbeeld; er zijn ook fijnmaziger onderscheidingen te maken m.b.t. kabelontwerp. Enkele daarvan worden hieronder omschreven. Het gaat mij om het naar voren brengen van bepaalde
meningen over kabelontwerp of -opbouw, maar niet om het aanprijzen van een of andere specifieke methode boven de andere. Naar mijn eigen opvatting is het zo dat in mijn set de eenvoudigste geometrie (zie foto hierboven) ook tot de meest bevredigende interlink kan leiden.



De meeste ontwerpers zijn het er over eens dat
het 'skin-effect' en de interactie tussen individuele aders van de geleider de belangrijkste aantastingen van het geluid teweegbrengen in een kabel. Het is duidelijk dat zij aan de eerder genoemde diëlectrische absorptie niet zoveel waarde hechten...
In een kabel met een sterk skin-effect vloeit er meer van het treblesignaal langs de buitenrand van de geleiders en minder door de kern. Dit verschijnsel treedt zowel op in massieve (solid-core) kabels als in vezelgeleiders (een kabel die bestaat uit vele dunne adertjes). Het skin-effect verandert de karakteristiek van de kabel
op een frequentie-afhankelijke wijze. De muzikale consequenties van het skin effect omvatten verlies van detaillering, verminderde lucht in het top-octaaf en een gebrek aan diepte in het geluidsbeeld.

Een techniek voor het tegengaan van het skin-effect is
de litze-constructie, waarbij elke vezel in een bundel afzonderlijk gecoat wordt met een isolerend materiaal, zodat er geen elektrisch contact wordt gemaakt met de omliggende vezel. Elke vezel in een litze-configuratie heeft daardoor identieke elektrische eigenschappen. Dit gegeven zorgt ervoor dat de gevolgen van het skin-effect naar onhoorbare gebieden worden verplaatst. Omdat de vezeltjes zo dun zijn, zullen er heel veel nodig zijn om tot een voldoende lage weerstand van de totale geleider te komen.

Een probleem met
normaal getwiste geleiders (uitgezonderd dus de litze-constructie) is de neiging van het signaal om van ader naar ader over te springen. Een adertje kan zich aan de buitenzijde bevinden, ergens in de kabel, maar kan zich even verderop weer diep binnenin de bundel geleiders bevinden. Onder invloed van het skin-effect heeft het signaal echter de neiging om aan de buitenkant van de geleider te willen blijven. Daardoor wordt het voortdurend gedwongen om van ader naar ader over te gaan. Maar elke ader fungeert dan zowel als minieme contactovergang, alsook als een klein elektrisch circuit, compleet met capaciteit en een diode-effect (éénrichtingsverkeer), zoals bij de eerder besproken kristal- of korrelstructuur van het koper zelf.

Als er stroom vloeit door een willekeurige geleider, zal er ook
een magnetisch veld worden opgebouwd rond die geleider. Als het wisselstroom betreft, zoals het geval is bij het audiosignaal, dan zal het veld overeenkomstig fluctueren. Dit wisselend magnetisch veld kan in de aangrenzende geleider(s) een miniem signaal opwekken wat aldus het oorspronkelijke geluid zal aantasten. Soms reduceert de kabelgeometrie de magnetische wisselwerking tussen de aders, door deze ook rond een centraal geplaatst diëlektricum te laten lopen, waardoor ze verder uit elkaar komen te liggen.

Het voorgaande betrof hoogstens een kleine greep uit de kabel-geometrische technieken en overwegingen waarnaar kabelontwerpers neigen.



Onderbroken (Terminated)
Kabels en Interlinks

Sommige kabels en interlinks zijn niet slechts stukken draad (geleider), maar bevatten tevens elektrische componenten. Deze kabels kunt u herkennen aan de "doosjes" bij één of beide kabeluiteinden, waarin weerstanden, spoeltjes en condensatoren zitten, die samen een elektrisch netwerkje vormen. Deze techniek is uitgebreid ontwikkeld door Music Interface Technologies (MIT) en dergelijke producten worden soms onderbroken kabels genoemd [terminated cables].
Volgens MIT wordt een gedeelte van het voltage van het audiosignaal opgeslagen in de capaciteit van de kabel en een deel van de stroomsterkte in de inductie van die kabel. De hoeveelheid opgeslagen energie varieert met de frequentie, hetgeen tot uiting komt als tonale en dynamische benadrukking van die frequenties. Bovendien zal de in de kabel opgeslagen energie vertraagd in de tijd worden afgestaan, en niet gelijktijdig met de rest van het muzieksignaal worden vrijgemaakt. Deze frequentie-afhankelijke, niet-lineaire energie opslag verstoort, volgens MIT, de afmeting en vorm van het geluidsbeeld.

Onderbroken kabels zijn ontworpen om deze opslag van energie te voorkomen en om het complete signaal in correcte fase (timing) door te geven aan de luidspreker. MIT stelt dat onderbroken kabels essentieel zijn voor het realiseren van een correct gewicht van het basfundament, een gladde tonale balans en een natuurgetrouw geluidsbeeld met precieze instrumentenplaatsing.

Aangezien onderbroken kabels feitelijk een
laagdoorlaat filter zijn (d.w.z. ze beginnen pas te filteren boven 1mHz, dus ruim boven het hoorbare gebied), kunnen ze zinvol zijn bij het aansluiten van zeer breedbandige audio-elektronica. Sommige merken brengen apparatuur op de markt met een bandbreedte die tot 3mHz doorloopt. Het doel is niet om deze frequenties weer te geven, maar om de elektronica beter te laten presteren binnen de audioband. Onderbroken kabels filteren de extreem hoge frequenties weg, zodat de luidsprekers ook nooit energie toegevoerd krijgen in het megahertz gebied en het systeem stabieler wordt.



Specificaties van Kabels en Interlinks

Er is sprake van nogal wat opwinding en foutieve informatie rond de technische aspecten van kabels en interlinks. Fabrikanten vinden het soms noodzakelijk om technische redenen te verzinnen voor de verklaring van de goede klankeigenschappen van hun eigen kabels, in vergelijking met die van de concurrentie. In werkelijkheid is kabelontwerp grotendeels 'zwarte kunst', waarbij de echt goede ontwerpen tot stand zijn gekomen langs proefondervindelijke weg, en als gevolg van uitgebreid luisteren. Alhoewel bepaalde geleiders, materialen voor het diëlektricum en geometrische opbouwmethodes specifieke geluidskenmerken bezitten, kan succesvol kabelontwerp niet alleen gedefinieerd worden in technische termen. Om deze redenen behoort niemand kabels aan te schaffen op basis van technische beschrijvingen en specificaties alleen. Anderzijds kunnen bepaalde kabelspecificaties onder specifieke omstandigheden zeker in aanmerking worden genomen!

De drie specificerende grootheden zijn weerstand, inductie en capaciteit.

De weerstand van een kabel of interlink, officieel omschreven met de term gelijkstroomweerstand, is een aanduiding voor de hoeveelheid tegenwerking die de stroom van elektronen ondervind tijdens het transport door deze kabel of interlink. De eenheid voor elektrische weerstand is de Ohm. Hoe lager het aantal ohms, des te lager de weerstand tegen elektronenstromen in de kabel zal zijn.
In de praktijk wordt kabelweerstand gemeten in
tienden ohm. Over het algemeen vormt weerstand geen factor van betekenis bij de prestaties van interlinks, uitgezonderd bij de eerder besproken koolstof interlinks.
De gelijkstroomweerstand kan ook van invloed zijn bij sommige
luidsprekerkabels — in het bijzonder bij heel dunne exemplaren — omdat luidsprekers hun eigen eisen stellen aan een hoog stroomvoerend vermogen zonder noemenswaadige weerstandswaarde.

De klank van interlinks en luidsprekerkabels kan eveneens worden beïnvloed door
inductie — de wisselwerking tussen bewegende elektronen en magnetisme. Algemeen wordt aangenomen dat een zo laag mogelijke inductie wenselijk is, vooral bij luidsprekerkabels. Hoewel sommige eindversterkers enige inductie moeten 'zien' om stabiel te blijven, hebben zij daarvoor meestal een interne inductor, die (in het apparaat) verbonden is met de luidsprekerterminal. Bij het vaststellen van de inductiewaarde die de eindversterker daadwerkelijk ziet, moet uiteraard ook de inductie van de luidsprekerkabel worden meegenomen.

Capaciteit is een belangrijk kenmerk bij interlinks, vooral als er lange lengtes in gebruik zijn, of als de geluidsbron een hoge uitgangsimpedantie heeft. De capaciteit van interlinks wordt uitgedrukt in picofarads (pF) per meter. Van werkelijk belang is niet zozeer de intrinsieke capaciteitswaarde per meter, maar de totale capaciteit die met het broncomponent wordt verbonden.
Bijvoorbeeld: 1,5m interlink van 1500pF/m heeft dezelfde capaciteit als 15m interlink van 150pF/m. Met name bij gebruik van lange interlinks is het van belang om goed met deze specificatie om te gaan.
Een te hoge capaciteitswaarde van de interlink kan een hoorbare afval in de treble teweegbrengen, alsmede een beperking van de dynamiekomvang.



Eisen t.a.v. Luidsprekerkabels

De wisselwerking die optreedt tussen een eindversterker (vermogensversterker) en een luidspreker vertegenwoordigt een uitermate kritische schakel in het weergeefsysteem. In tegenstelling tot interlinks, die zwakstroomsignalen transporteren, vervoeren luidsprekerkabels veel hogere stromen onder hogere spanning. Luidsprekerkabels zullen hierdoor gemakkelijk reageren met de twee componenten die zich aan hun beider uiteinden bevinden.

De dempingsfactor is een aanduiding voor de mate waarin de eindversterker de fysieke bewegingen van de woofer beheerst (kan dempen), nadat het elektrisch signaal is verdwenen. Als een woofer bijvoorbeeld uitslaat als gevolg van een aanslag van de basdrum, dan zullen de traagheid van de totale bewegende massa en de resonantie van de luidspreker samen ervoor zorgen dat de beweging nog een tijdje doorgaat, nadat het elektrisch signaal is weggestorven. Deze soort van vervorming verandert de dynamische inhoud van het muzieksignaal drastisch. De eindversterker kan deze bewegingen doorgaans goed in de hand houden; de mate waarin hij dat kan — de dempingsfactor — wordt met een cijfer uitgedrukt.
De dempingsfactor houdt verband met
de uitgangsimpedantie van de eindversterker. Hoe lager deze uitgangsimpedantie, hoe hoger de dempingsfactor. Wanneer een eindversterker middels luidsprekerkabels wordt verbonden met luidsprekers, vermindert de toegevoegde kabelweerstand de dempingsfactor. Een typische dempingsfactor van 100 kan bijvoorbeeld gereduceerd worden tot 40 bij gebruik van 7 meter kabel met middelmatige weerstandswaarde. Het hoorbare resultaat zal beduidend minder strakheid en controle in de basweergave opleveren.

Luidsprekerkabels (maar ook interlinks) behoren, om alle hiervoor beschreven redenen en argumenten, in ieder geval zowel links als rechts:

  • van gelijk merk en type;
  • van gelijke lengte;
  • en zo kort mogelijk te zijn.








fraaie meerweg luidsprekerterminals en RCA-chassisdelen
achterop een eindversterker















































































































































































































"Het beste diëlektricum is géén diëlektricum (of een vacuüm)"
voorbeeld van een interlink met een 'minimaal' diëlectricum



naar boven





Netspanning: 50Hz / 230Vrms

De wisselspanning die via het lichtnet wordt aangeboden is een 50Hz, 230Vrms sinusgolf die het audiosysteem voedt. Alle componenten zijn
met elkaar verbonden via het lichtnet. In feite zijn je audiocomponenten dus verbonden met elk ander elektrisch apparaat in het huis, alsmede met ieder huis en elke fabriek die eveneens gebruik maakt van het elektriciteitsnet.
Apparatuur die op het lichtnet is aangesloten genereert ruis (elektrisch afval) dat terug het lichtnet op wordt gestuurd, waardoor het vervolgens in een audiocomponent terecht zou kunnen komen. De hoeveelheid ruis of storing die door een apparaat terug het net op wordt gestuurd is aan regelgeving onderworpen. Deze vorm van storing wordt
elektromagnetische interferentie genoemd of EMI.

Lichtdimmers, koelkasten en andere huishoudelijke apparaten dumpen hoogfrequent afval op het net. Stofzuigers en elektrisch gereedschap zijn een andere bron van netstoring, omdat de koolborstels voortdurend contact maken en verbreken. Het net wordt verder vervuild door AM radiostations. Netbekabeling fungeert als antenne en versterkt het AM antennesignaal.
Een andere bron van EMI is
je eigen audiosysteem. CD-spelers, digitale processors en elk component dat gebruik maakt van een microprocessor (sommige voorversterkers bijvoorbeeld) vervuilen het net door middel van hun netsnoer. Deze vervuiling bereikt voorversterkers en broncomponenten en kan de muzikale kwaliteiten aantasten. Bovendien zullen (audio)componenten met digitale circuits andere componenten 'vervuilen' door het uitstralen van hoogfrequente storing via de lucht. Digitale circuits werken met klokpulsen en elektronische schakelingen die opereren in het AM frequentiebereik; hun werking genereert deze RF-storing, die wordt opgepikt door andere componenten.

Storingen en vervuiling worden, behalve door het netsnoer en door uitstraling via de lucht, ook nog op andere componenten overgebracht door de (eventuele) verbinding van het audiosysteem met (rand)aarde. De aarde verbindt al de behuizingen van een audiosysteem. Als er sprake zou zijn van een storende aardverbinding via het ene component, dan is er sprake van storing op de aarde bij alle componenten (ze zijn immers onderling verbonden dmv interlinks). Digitale ruis, afkomstig uit bijvoorbeeld een CD-speler en die terechtkomt in de aarding van de speler, kan uiteindelijk in de voorversterker terechtkomen via diens netsnoer. Ook kan er storing op de aarding ontstaan als gevolg van enige lekkage van de elektrolytische condensatoren uit de voedingen van componenten.

Je ziet dat de kwaliteit van de netspanning
niet automatisch onberispelijk hoeft te zijn, en dat het in het geval van high-end audio noodzakelijk kan zijn om maatregelen te nemen om zoveel mogelijk af te rekenen met netvervuiling, bronnen van storing en alles wat er verder nog samenhangt met schone stroom en een zo laag mogelijk elektronisch stoorniveau. Veel van deze problemen kunnen worden verholpen door gebruikmaking van een goede netconditioner, in combinatie met doordacht 'cable-dressing' en enkele andere voorzorgsmaatregelen.



Netconditioners

Een netconditioner is een apparaat dat op het lichtnet moet worden aangesloten en waarop een uitgaande contactdoos of -dozen zijn aangebracht voor het aansluiten van de audio-apparatuur. Het is als zodanig dus feitelijk een
"veredeld verlengsnoer met/zonder contactdoos".

Praktisch alle netconditioners filteren de inkomende stroom om de hoogfrequente afvalproducten van fabrieken, buren en eigen apparaten te elimineren. Deze filters laten de 50Hz wisselstroomfrequentie ongehinderd passeren, maar houden de overige storingsproducten tegen. Sommige netconditioners, zoals die op de foto rechts, gaan heel ver. Zij bouwen de netspanning volledig opnieuw op en leveren zo in theorie de schoonst mogelijke stroom aan de geluidsinstallatie.
In de tweede plaats isoleren sommige conditioners de componenten van elkaar middels kleine scheidingstransformatoren. Dergelijke transformatoren verbreken de fysieke verbinding tussen componenten, waardoor elektronische afvalproducten niet van het ene component naar het andere kunnen gaan. Zulke 'galvanisch gescheiden' netaansluitingen worden met een "digitaal" aanduiding uitgevoerd, zodat de aangesloten digitale componenten het net niet kunnen vervuilen door afval terug te sturen via het netsnoer.
Ten derde zal een goede netconditioner de hoeveelheid storing reduceren die via de aardleiding (= ground) afvloeit.
Tenslotte kunnen netconditioners de aangesloten apparatuur beschermen tegen overspanning als gevolg van op het net gegenereerde piekspanningen en onregelmatigheden in de versterkervoeding. Niet alle conditioners vervullen alle hier genoemde functies; aangezien zij variëren in ontwerp en bouw kunnen alleen bepaalde problemen worden aangepakt, maar andere weer niet. Deze verschillen in bouw worden onder meer veroorzaakt door de toepassing waarvoor zij ontworpen werden.

Het opschonen van de voedingsspanning voor broncomponenten en voorversterkers is van een andere orde dan het opschonen van het vermogen dat eindversterkers voedt. Eindversterkers stellen andere eisen t.a.v. de aangeboden stroom en zij moeten dan ook op een andere wijze worden benaderd. De beschrijving van de verschillende functies waarover een netconditioner kan beschikken zijn van toepassing op broncomponenten en voorversterkers, die slechts weinig stroom trekken — dergelijke apparaten hebben doorgaans een opgenomen vermogen dat ligt tussen de 10 en 50 Watt, waarbij een verbruik van 50W eerder een uitzondering is.

Eindversterkers en forse geïntegreerde versterkers trekken vaak grote hoeveelheden stroom uit de muur, al is het slechts gedurende fracties van een seconde. Als de eindversterker een aanmerkelijke hoeveelheid stroom levert aan de luidsprekers — bijvoorbeeld voor de aanslag van een zware pauk — dan worden de grote afvlakcondensatoren van de voeding aangesproken voor het leveren van de benodigde stroomsterkte. Als gevolg daarvan zal de eindversterker momentaan een forse hoeveelheid stroom uit de muur 'trekken' voor het opnieuw aanvullen van de condensatoren. De hoeveelheid stroom die uit de muur wordt getrokken kan zo groot zijn, dat de sinusvormige golf vervormt als gevolg van de enorme 'trek' van die eindversterker; de golftoppen van piek en dal worden afgeplat, omdat de gevraagde hoeveelheid stroom niet kan worden geleverd.
Iedere scheidingstransformator of netconditioner die in de stroomleiding is opgenomen kan in principe de versterker hinderen bij het opnemen van zijn gevraagde vermogen uit de muur en — onnodig dit te zeggen — bij de uitoefening van zijn muzikale taken.

Conditioners, geschakeld voor de eindversterker en bedoeld om hoogfrequente storing uit te filteren, kunnen een positieve invloed uitoefenen op de geluidskwaliteit, maar transformatoren die
in serie met de netspanningsvoorziening moeten worden geschakeld dienen doorgaans te worden vermeden. Netconditioners die met een eindversterker moeten samenwerken worden parallel geschakeld aan de versterker. Dat wil zeggen dat zij storing en afval naar aarde verwijzen, zonder enig component direct tussen het stopcontact en de versterker te plaatsen.

Aangezien het voltage van het lichtnet varieert met het tijdstip op de dag en de belasting van het net, is het redelijk om te verwachten dat een netconditioner het voltage zodanig reguleert, dat er een constante spanning van 240VAC voor het systeem voorhanden is.
Regulering van het voltage leidt voor een audiosysteem echter niet tot een betere weergavekwaliteit en kan feitelijk de weergave aantasten, als het voltage zich beweegt rond de drempelwaarde waarop een afzonderlijke aftakking van de voedingstransformator geactiveerd wordt. Bovendien is de meeste high-end en massafabrikage elektronica bestand tegen de gebruikelijke toleranties van het lichtnet. Om deze reden behoren vermogensregelaars voor computersystemen en andere op het onderhavige punt gevoelige apparatuur niet in een audiosysteem te worden toegepast. Het is niet echt een issue voor audio.

Bij de keuze van een netconditioner dien je er zeker van te zijn dat de vermogensspecificaties van het apparaat het totale opgenomen
piekvermogen van de aangesloten apparatuur comfortabel overschrijdt (met tenminste 33%). Het kan verstandig zijn om ook te letten op aanwezige officiële keurmerken — het belang hiervan kan ook om verzekeringstechnische redenen in aanmerking moeten worden genomen. Hoewel bepaalde buitenlandse keurmerken — zelfs indien de normen die daarbij worden gehanteerd overeenkomen met de onze — geen officiële rechtspositie innemen in de wetgeving, kunnen zij niettemin aan strengere (veiligheids)voorschriften moeten voldoen.
Kies in elk geval een conditioner die voorzien is van voldoende uitgangsdozen voor het aansluiten van al je apparatuur. Respecteer, indien aanwezig, de aanwijzingen van de fabrikant omtrent het aansluiten van digitale bronnen op speciale uitgangen. En bovenal, test de netconditioner in je eigen systeem alvorens er een aan te schaffen — het is in geen geval zeker dat het tot een verbetering zal leiden en aangezien zelfs de mogelijkheid van vermindering van geluidskwaliteit aanwezig is, loont het de moeite om meerdere exemplaren te testen. Ga ervan uit dat je minimaal € 200,- uit moet geven aan een conditioner met een enkele uitgang, hetgeen kan oplopen tot enkele duizenden euros voor compromisloze oplossingen met voldoende uitgangscapaciteit. Veel uitstekend werkende apparaten kosten in elk geval minder dan €500,-

Een alternatief type conditioner, bedoeld om in samenhang met de eindversterker te worden ingezet, is ontworpen om naast een reeds aanwezige standaard conditioner te worden gebruikt. In plaats van de apparatuur op dit nieuwe apparaat aan te sluiten, gaat het ding zelf in het stopcontact waarop ook de audioset is aangesloten. Er wordt dus niets op aangesloten, maar het kastje fungeert als een parallel geschakeld storingsfilter op de vermogensleiding van het systeem. In theorie wordt zo elke vorm van storing en afval door het filter ondervangen.

Een netconditioner kan slecht presterende audiocomponenten niet optimaal laten klinken.
In plaats daarvan presenteert het apparaat optimale wisselstroomcondities aan deze componenten, zodat ze hun volle potentieel kunnen laten horen. De voordelen m.b.t. de muzikale presentatie bestaan uit een "zwartere" achtergrond met meer bruikbare low-level informatie en minder onbruikbaar low-level gerommel. De muziek lijkt vanuit een volmaakt stille en "zwarte" ruimte te ontstaan, in plaats van uit een enigszins grijzige, en dit komt subjectief tot uiting in een krachtiger dynamisch bereik. De treble wordt vaak zoeter, minder korrelig en loopt verder door. Het geluidsbeeld kan vaak openbloeien met grotere doorzichtigheid, scherpere instrumentenplaatsing en een nieuwe dimensie van diepte. Texturen in het middengebied worden vloeibaarder en de presentatie is verrijkt met een gemak en muzikaliteit die zonder de conditioner net buiten bereik leek te liggen. Als je geen netconditioner hebt uitgeprobeerd is het mogelijk dat je je systeem nooit op zijn best hebt gehoord.



Netsnoeren

Op het eerste gezicht is men geneigd te denken dat de diverse korte stukken draad, waarmee de stroom naar de componenten in het audiosysteem wordt geleid, het geluid van het systeem niet kunnen beïnvloeden. Toch zijn speciale netsnoeren erg in trek geraakt, omdat steeds meer luisteraars de voordelen ervan zelf ontdekten.

Het netsnoer is wel degelijk een integraal onderdeel van het netspanningsgedeelte van de geluidsinstallatie.
Het is op een bepaalde manier zelfs te beschouwen als een onderdeel van het signaalpad. Problemen i.v.m. de hierboven besproken vormen van storing kunnen middels zorgvuldig ontworpen netsnoeren teruggedrongen worden. Magnetische wisselwerking en koppeling tussen de geleiders wordt teruggedrongen met behulp van goede netsnoeren, waardoor een betere overdracht van de netspanning op de componenten kan plaatsvinden. Een en ander gaat natuurlijk vooral op wanneer gebruik wordt gemaakt van een efficiënt werkende netconditioner. Deze moet namelijk de uit de muur komende problemen zien op te lossen — daarin zit meestal geen hoogwaardige bekabeling — waarna de opbouw van het speciale netsnoer voorkomt dat in de korte verbinding met het component niet opnieuw storing wordt opgewekt nadat de conditioner werd gepasseerd.

Speciale netsnoeren hebben meestal een doordachte en robuuste opbouw, soms met een Teflon diëlektricum, verzilverde of zilveren geleiders en hoogwaardige connectoren. Sommige zijn ook uitgevoerd met een RF-stopper of ferrietring (RF = radio frequency) die integraal aan de kabel is bevestigd. Dergelijke netsnoeren kosten tussen de 50 en 2000 euro (!).
Je kunt ook zelf een heel behoorlijk netsnoer maken met flexibele, al of niet afgeschermde kabel. Op het internet zijn diverse audioforums waar liefhebbers elkaar op de hoogte houden van dit soort experimenten.

Het is mogelijk dat het netsnoer van componenten onlosmakelijk met het apparaat is verbonden. Veel high-end componenten zijn echter uitgerust met een netstekkeringang achterop en een los bijgeleverd netsnoer. In het eerste geval kan een nieuw netsnoer op twee manieren gebruiksklaar worden gemaakt: ofwel het wordt direct in het apparaat aangesloten op de plaats waar het oude netsnoer zat, òf je monteert (of laat monteren) een netspanningsuitgang achterop het apparaat. Dit laatste is alleen mogelijk als er voldoende fysieke ruimte achterop en in het apparaat aanwezig is.

Een los netsnoer heeft uiteraard als voordeel dat het gemakkelijk is om te experimenteren met verschillende speciale exemplaren. Veel standaard bijgeleverde netsnoeren vertonen grote overeenkomst met een scheerapparaatsnoertje. In het geval dat zij worden gebruikt als netsnoer voor broncomponenten of een voorversterker zal de dikte van de geleider (0,75 - 1,5mm
2) niet ondermaats zijn, aangezien deze apparaten geen grote hoeveelheden stroom uit de muur trekken. Voor een geïntegreerde versterker of een eindversterker is het aan te raden om een minimale dikte van 2,5mm2 te hanteren — 4mm2 is ook goed als je daar aan kunt komen. Het kan op zichzelf weinig kwaad om met netsnoeren te experimenteren, maar de eerder genoemde 'verbouwingen' aan een apparaat — het monteren van een 240V chassisdeel of de interne aansluiting van een nieuwe netkabel — moeten deskundig en verantwoord worden gedaan.



AC-Polariteitstest of
"hoe de stekker in de muur moet"


De wijze waarop de netstekker in het stopcontact zit kan de geluidskwaliteit van een component subtiel beïnvloeden.
De netstekker kan op twee manieren in het stopcontact: 'ZO, of andersom.......'

Als er sprake is van een drie-aderige stekker die in een stopcontact met randaardelip is aangesloten — uiteraard op voorwaarde dat er ook daadwerkelijk in de stekker(doos) en het apparaat zelf drie verbindingen werden aangesloten – zal dit apparaat met aarde verbonden zijn. De verbinding met de aarde is herkenbaar aan de kleur (normaliter groen of groen-wit) en aan de verbinding met de aangebrachte contacten die op het randaarde-stopcontact aansluiten. Deze aansluiting op de aarde komt uiteindelijk uit bij een koperen staaf, die in de buurt van de meterkast in de grond is geslagen — bijvoorbeeld in de waterput of de toegang naar de kruipruimte bij de voordeur. Als de lichtnetspanning om de een of andere reden contact maakt met het chassis (de metalen behuizing of delen ervan) van het component zal deze spanning afgevoerd worden naar aarde en eventueel mens en dier beschermt tegen de levensgevaarlijke aanraking van zo'n onder spanning staand apparaat.
De andere twee geleiders in de drie-aderige stekker (in een twee-aderige verbinding ontbreekt de verbinding met de aarde en zullen alleen deze twee andere geleiders van toepassing zijn) zijn verbonden met de voedingstransformator van het component.
Deze trafo zal altijd enigszins stroom 'lekken'. In geval van geaarde systemen vloeit de stroom weg naar aarde en bij ongeaarde systemen zal de stroom binnen de weergeefketen blijven.

De hoeveelheid lekstroom uit de voedingstransformator is enigszins afhankelijk van de stand van de stekker in het stopcontact. De ene stand levert doorgaans een lager voltage op dan de andere. Het systeem zal beter presteren wanneer alle componenten zodanig op het lichtnet zijn aangesloten, dat de onderlinge lekstromen minimaal zijn.

Om te bepalen welke stekkerstand de juiste is, kun je gebruik maken van een speciaal daarvoor bestemd apparaatje: de
polariteitstester of pole-checker. Sluit het apparaatje volgens voorschrift aan op een audiocomponent dat met het lichtnet is verbonden en dat is ingeschakeld, en doe de eerste meting. Trek vervolgens de stekker uit de muur, draai deze 180° om, schakel in en doe de tweede meting. De polariteitstester zal meestal laten weten welke meting de minste lekstroom produceerde. De daarbij behorende stekkerstand dien je vervolgenzs te markeren, opdat je later het apparaat direct goed aansluit zonder polariteitstester.

Je weet vast dat, normaal gesproken, slechts één van de twee gaten in een stopcontact het lampje van een
spanningszoeker (zo'n speciale schroevendraaier met een lampje) laat branden. Dat contact wordt de
fase van het lichtnet genoemd en deze fase kun je gebruiken als referentie voor het correct aansluiten van de netstekker. De gemarkeerde zijde van de netstekker dient bijvoorbeeld samen te vallen met de kant van de wandcontactdoos waarop de fase wordt gemeten met de spanningszoeker. Alle apparaten in de weergeefketen dienen met behulp van een polariteitstest correct op het net te worden aangesloten.

De polariteitscontrole is ook uit te voeren met behulp van een losse voltmeter of met een universeelmeter. Wat je feitelijk gaat meten met de voltmeter is het spanningsverschil tussen het chassis van een elektrisch apparaat en de aarde. Sluit de meter dus met één meetsnoer aan op het chassis van het te meten apparaat (een RCA chassisdeel is een uitstekend meetpunt) en het andere meetsnoer op de (rand)aarde en meet
het wisselstroomvoltage met het apparaat ingeschakeld. Draai vervolgens de stekker 180° en meet opnieuw. Het laagst gemeten voltage komt overeen met de juiste positie van de netstekker en kan worden gemarkeerd.

Belangrijk:
Bij bovenstaande metingen met de polariteitstester en de universeel- of voltmeter moet het te meten apparaat losgekoppeld zijn van de rest van het audiosysteem (alle interlinks los), alsmede gescheiden van randaarde. Alle lekstroom zou onmiddellijk wegvloeien naar aarde en beide stekkerstanden zouden 0V of een onzinnig meetresultaat tonen als het component niet volledig elektrisch geïsoleerd is van andere apparatuur.


De juiste stand van de stekkers kan gehoormatig worden vastgesteld. Die methode heeft mijn persoonlijke voorkeur.
Hiervoor is het wel nodig om vanuit een zekere rust en ontspanning te werk te gaan en bij voorkeur gebruik te maken van eenzelfde stukje muziek als referentie. Begin met de grootste stroomverbruiker, de (eind)versterker, en beoordeel zorgvuldig het resultaat van twee stekkerstanden. Herhaal de handeling dan met het bronapparaat en de eventuele voorversterker.
Probeer aan het einde nogmaals de eindversterker om te schakelen.
Alleen wanneer je het geluid van je set erg goed kent zal het zo mogelijk zijn om tot een gehoormatige verbetering te komen die meer dan de moeite waard kan zijn. Uiteraard alleen indien niet al door toeval de stekkers al correct waren gepositioneerd...



Aarde of Randaarde?

Tegenwoordig lijkt het regel te zijn om alle huishoudelijke apparaten met randaarde te verbinden. Vroeger werd dit eigenlijk alleen gedaan in zgn. "natte ruimtes"; ruimtes waarin stromend water en elektriciteit gelijktijdig worden gebruikt, zoals de badkamer, de keuken en vaak ook een schuur en de bijkeuken. In woon- en slaapkamers worden tegenwoordig ook contactdozen met randaarde toegepast. Bijgevolg zal ook de daarop aangesloten audio-apparatuur automatisch geaard zijn, indien zij daarvoor van fabriekswege ontworpen zijn. Het kan namelijk voorkomen dat de apparaten zelf met een tweepolige netstekker (eurostekker) zijn uitgevoerd.

Omdat fabrikanten zelf ook apparatuur leveren die niet geaard kan worden aangesloten (tweepolige netstekkers) dringt zich de vraag op of er überhaupt wel noodzaak is tot het aarden van de geluidsinstallatie, vooral ook omdat het in normale ruimtes in huis nog vaak gebruikelijk is om ongeaarde contactdozen aan de muur te monteren. De eerder genoemde veiligheidsreden (spanning op het chassis van apparaten) voorkomt dat mens of dier letsel oplopen als gevolg van een elektrische storing in het apparaat. Dergelijke storingen zijn gelukkig erg zeldzaam.

De lekstroom van elk component met een voedingstransformator zal tevens op de behuizing staan, indien het systeem of component niet werd verbonden met randaarde. Aangezien alle audiocomponenten elektrisch met elkaar verbonden zijn via interlinks, en aangezien elk apparaat zijn eigen lekstroom afstaat, zal er door de spanningsverschillen tussen de componenten een nivellerende stroom vloeien, waardoor het potentiaalverschil tussen de componenten wordt opgeheven. Niettemin is de totale lekstroom gedwongen om '
binnen te blijven' — er is immers geen verbinding naar aarde.
Als deze lekstroom kan wegvloeien kan dat de geluidskwaliteit ten goede komen, alsmede het geluidsbeeld en de diepte-informatie. Helaas is het ook zo dat het de geluidskwaliteit evengoed nadelig kan beïnvloeden!

Een high-end audioset wordt zelden om redenen van klankverbetering met de aarde verbonden, maar wel vanwege het veiligheidsaspect.
In heel wat gevallen zal het zo zijn dat de verbinding met randaarde een nadelige invloed heeft op de muzikale prestaties van het systeem.
Daarbij kan aangetekend worden dat de oorzaak daarvoor wellicht teruggevoerd kan worden op een zgn. 'aardlus'. De oorzaak kan echter ook een 'vuile aarde' of een slecht functionerende aarde van de huisinstallatie zijn. De oplossing voor dit probleem kent twee gezichten, waarvan de simpelste is om de aarde dan maar niet aan te sluiten.

De titel van deze paragraaf — 'Aarde of Randaarde?' — verwijst naar twee mogelijkheden voor het aarden van de geluidsinstallatie: ofwel via de reeds in huis aanwezige leiding voor randaarde (aangesloten op ieder stopcontact met randaarde), of middels een speciaal voor de geluidsinstallatie aangelegde verbinding met de aarde.
De specifieke problemen i.v.m. bijvoorbeeld een aardlus en potentiaalverschillen houden geen verband met deze twee mogelijkheden; ze kunnen optreden bij zowel randaarde als eigen aarde voor audio.

Het aarden van de installatie zal altijd volgens 1 van onderstaande 2 methoden geschieden:

Methode 1:
Twee, meer, of alle componenten in de geluidsinstallatie zijn zelf voorzien van een drie-aderige verbinding met het lichtnet en met de aarde. Aansluiting op een stopcontact met randaarde zal altijd de gehele geluidsinstallatie aarden, of nu één of alle apparaten in de keten afzonderlijk zijn geaard. Dat komt omdat de behuizingen van alle apparaten onderling met elkaar verbonden zijn via de interlinks.

Methode 2:
Slechts één component in de gehele geluidsinstallatie is
welbewust direct met (rand)aarde verbonden. Alle overige apparatuur kan en zal lekstroom naar dat ene geaarde apparaat afvoeren via de interlinks, waarna het op zijn beurt kan afvloeien naar aarde.

Een variant hiervan is
"steraarde" of centrale aarde, waarbij er vanuit elk component een aardkabel naar een centraal sterpunt geleid wordt. Op dit sterpunt komen alle losse aardkabels van alle componenten samen. Het sterpunt is op zijn beurt dan verbonden met (rand)aarde.


Toepassing van de eerste variant van methode 2 maakt feitelijk het ontstaan van een aardlus onmogelijk, omdat een aardlus alleen dan op kan treden, wanneer twee of meer apparaten tegelijkertijd zowel met de aarde van de huisinstallatie, als met een tweede, onafhankelijk aardpunt (bijv. kabelaansluiting voor tv/radio) zijn verbonden. Door potentiaalverschillen ontstaat een bromprobleem of een meer hoogfrequent stoorgeluid dat duidelijk hoorbaar is door de luidsprekers, indien er geen muziek wordt gespeeld. De hoorbare gevolgen lopen uiteen van brom (50Hz), ruis en ander hoorbaar afval, een gebrekkig ruimtelijk beeld, een gevoel van algehele muzikale onrust, zelfs in de zachte passages of tijdens stiltes. De
positieve gevolgen van een goed met aarde verbonden geluidsinstallatie kunnen in allerlei nuances voorkomen, afhankelijk van de mate waarin de verbinding met aarde problemen opwierp, maar vallen allen onder de noemer 'het opschonen van het geluidsbeeld'. Soms wordt ook de weergave van het basgebied schoner, strakker en gedefinieerder als succesvol wordt afgerekend met het aardingsaspect.




































































een high-end netconditioner



Steraarde in de Praktijk

Methode 2, de eerste variant: dit is de methode die in elk geval geen problemen op zal leveren.
Er wordt slechts één verbinding aangelegd tussen de gehele geluidsinstallatie en de (rand)aarde. Aarding kan bijvoorbeeld plaatsvinden vanaf het broncomponent, dus vanaf de CD-speler, streamer of andere geluidsbron, maar evengoed vanaf de voor- of de eindversterker. Het verdient aanbeveling om te beluisteren of er voordeel te halen is uit het aarden van een ander dan een broncomponent: de eindversterker met aarde verbinden. In andere situaties kan het aarden van de voorversterker misschien de beste optie zijn. Probeer het éénmaal goed uit en je weet wat de beste oplossing is. Het meest waarschijnlijke is dat er
geen enkel verschil hoorbaar is, om het even welk component je ook kiest als aardpunt....

Een situatie waarmee je wel rekening moet houden in een geluidsinstallatie met echte high-end ambities, is de eventuele tuner of andere ontvanger die met de
kabelaansluiting in de muur is verbonden. Het kabelnet — dat je radio- en tv-signalen verzorgt — is voorzien van een eigen verbinding met de aarde. Als je de antennekabel vanaf de tuner aansluit op het kabelnet uit de muur maak je gelijk ook een verbinding met de aarde van het kabelnet. Als je al een aardpunt elders in de set hebt aangebracht, zullen er dan twee onafhankelijke aardpunten zijn ontstaan, met mogelijk een aardlus tot gevolg. Je wilt je geluidsinstallatie echter niet aarden via het kabelnet...
Een zogenaamd
mantelstroomfilter kan dit probleem voor weinig geld dan oplossen. Als je een dergelijk filter niet hebt of kunt krijgen, blijft er niets anders over dan de FM-antenne telkens los te koppelen als je naar één van de andere geluidsbronnen luistert. En als je naar je tuner wilt luisteren kun je eventueel de normale aarde loskoppelen als er sprake is van brom of andere storing, maar dat wordt dan allemaal wel erg omslachtig, terwijl het met een mantelstroomfilter dus ook makkelijk kan.




naar boven



 

Aarde, speciaal voor de Audioset

De kwaliteit van de verbinding met aarde kan soms verbeterd worden door het laten aanleggen van een speciale aarde, uitsluitend gebruikt door en voor de geluidsinstallatie. De gebruikelijke randaarde waarmee in huis alle apparaten (wasmachine, koelkast, krachtgereedschap) zijn verbonden kan een bron van netstoring en afval worden, dat dan ook in de geluidsinstallatie terecht kan komen. Juist door die verbinding met de aarde. Dat is contraproductief: het komt wel de veiligheid ten goede, maar niet de geluidskwaliteit, terwijl het om dat laatste natuurlijk ook echt wel te doen is...
Het slaan van een aparte aardpen is in principe het werk van een installateur die weet wat hij installeert, en die kan nameten of de geslagen aarde ook naar behoren functioneert.

In zijn eenvoudigste vorm ziet dit er zo uit:
Bij een elektrotechnisch installatiebureau koop je voor ± €20,- een aardpen — een gegalvaniseerd stalen of koperen staf van 5-10m lengte (de lengte kan afhankelijk zijn van plaatselijke bodemgesteldheden en behoort bekend te zijn bij het installatiebureau ter plaatse). Middels een speciale klemverbinding wordt een één-aderige 2,5mm
2 geleider aan de pen vastgemaakt. De pen wordt vervolgens ergens in of rondom het huis of tuin in de grond gedreven -- iets dat makkelijker gezegd dan gedaan is.
De 2,5mm
2 geleider wordt naar de geluidsinstallatie geleid, waar deze op het gekozen sterpunt wordt aangesloten. De geluidsinstallatie is nu voortaan geaard via een eigen, zuivere verbinding met aarde, waarop geen andere verbruikers aangesloten zijn.

Hoe lager de gemeten weerstand, hoe beter de kwaliteit van de aarde. Een nauwkeurige weerstandsmeter kan helpen om erachter te komen of de aardpen voldoende contact maakt met de grond. Er moet zeker minder dan 0,5 ohm worden gemeten.
Als dat niet haalbaar is moeten er meerdere pennen worden geslagen, dicht bijeen (bijvoorbeeld in een cirkel met een midelllijn van 3m) en deze moeten met elkaar worden verbonden op de wijze zoals boven omschreven. Hun gezamenlijke weerstand zal dan hopelijk laag genoeg zijn. Zoals gezegd, dit is werk voor de specialist.



Netspanning, speciaal voor de Audioset

Het (laten) installeren van een extra groep (of groepen) in de meterkast, uitsluitend bedoeld voor het aansluiten van audio-apparatuur wordt op dezelfde gronden gedaan als installatie van de speciale aardpen. De elektrische afvalproducten van andere apparaten in huis kunnen daardoor
moeilijker tot je audioset doordringen als deze vanuit de meterkast gevoed wordt met eigen stroomleidingen. Ze kunnen het echter nog wel; maak niet de illusie te denken dat alles automatisch goedkomt met een dedicated audiogroep.

Ook hier zijn er twee methodes om een nieuwe groep aan te leggen:
de ene is niet audiofiel verantwoord, heeft geen voordelen, maar kost niettemin evenveel
en vergt ook evenveel materiaal als de audiofiel verantwoorde wijze van installeren!


Een installateur die extra groepen aanlegt in de meterkast zal deze nieuwe groepen soms
parallel aan een reeds geïnstalleerde groep schakelen, zeker als je daar van tevoren niet expliciet met hem over spreekt. De installateur kiest dan voor de meest praktische oplossing, en kan uiteraard niet weten voor welk specifiek doel de nieuwe groep zal worden gebruikt. De nieuwe groep is op deze manier niets meer dan de vroegste aftakking van een reeds bestaande groep. Alle apparatuur die verder nog op deze bestaande groep wordt aangesloten, is tevens aangesloten op je 'speciale' audio stroomgroep.
Niet bepaald een verantwoorde of zinvolle oplossing, maar mogelijk wel heel kostbaar.

De installateur zou de nieuwe groep ook rechtstreeks kunnen aftappen vanaf het punt waarop de spanning bij je thuis binnenkomt: aftakken vanaf de hoofdzekering.
Dit is de meer verantwoorde methode, en deze zou je thuis moeten laten uitvoeren. Zowel de materiaalkosten als het arbeidsloon zijn voor beide methodes hetzelfde. De nieuwe stroomgroep voor audio zal in principe slechts één stopcontact hebben, dat zich in je muziekruimte bevindt, vlakbij de geluidsinstallatie. Daarop sluit je dan de verdeeldoos aan om je componenten van stroom te voorzien.



Eén Groep, Twee Groepen, Drie Groepen ?

Als de installateur eenmaal in je meterkast bezig is maakt het qua arbeidstijd niet veel uit of er nu één, twee of drie groepen moeten worden aangelegd.
Wat wèl uitmaakt is de benodigde hoeveelheid elektrische bekabeling naar de luisterruimte toe (elke groep krijgt immers een eigen leiding) en de hoeveelheid werk die dit met zich meebrengt.

Als je werkelijk veel geld wilt besparen, kun je je het beste van tevoren op de hoogte laten stellen van de wettelijke vereisten voor de aanleg van aanvullende groepen en de bekabeling, waarna je zelf de bekabeling geheel en al installeert volgens die voorschriften, en deze helemaal doortrekt tot in de meterkast. De erkende installateur hoeft dan alleen nog maar te controleren of dat arbeidsintensieve deel van de installatie volgens wettelijke normen is verricht.
Als dat het geval is zal hij de fysieke aansluiting in de meterkast verzorgen (± 5min. per groep) en je een officiële bevestiging overhandigen aangaande de deugdelijkheid van de aangelegde groep(en), alsmede omtrent de wettelijke voorschriften die werden gerespecteerd.
Je begrijpt dat het aanleggen van de bekabeling zelf het grote karwei is. Door dit in eigen beheer te doen bespaar je je het arbeidsloon voor de elektriciën. Hij komt feitelijk alleen in de hoedanigheid van inspecteur langs, om de aanleg te keuren en de daadwerkelijke aansluiting te maken indien de installatie goed werd bevonden. Een officieel document omtrent de deugdelijkheid van de geïnstalleerde voorzieningen kan noodzakelijk zijn voor het afsluiten van een (kostbaarheden)verzekering. Als in geval van schade zou blijken dat de door jezelf aangebrachte uitbreidingen niet officieel werden goedgekeurd (zelfs al waren ze deugdelijk), dan bestaat er een gerede kans dat de verzekeringsmaatschappij gaat weigeren om uit te keren. In geval van brandschade bestaat er zelfs de kans dat een ongekeurde elektrische installatie als uiteindelijke oorzaak voor de brand wordt aangewezen, zeker als er geen andere, duidelijk aanwijsbare oorzaak wordt gevonden. In dat geval zal de maatschappij ook niets uitkeren, waardoor de schade als gevolg van zinloze nalatigheid (het niet officieel laten keuren van de uitbreidingen aan de elektrische installatie) wel erg groot kan worden.

Het installeren van twee aparte groepen geeft je de mogelijkheid om een fundamentele scheiding aan te brengen in het netspanningsaanbod van je geluidsinstallatie. Als je analoge geluidsbronnen gebruikt met een aparte eindversterker, dan kun je de eindversterker op één van de twee groepen aansluiten en de overige (niet digitale) componenten, zoals platenspeler, cassettedeck en voorversterker, kunnen allemaal op de andere groep worden aangesloten. Deze scheiding legt de nadruk op het isoleren van de grote hoeveelheid stroom die de eindversterker soms uit het net trekt. Deze piekstromen worden gescheiden van de veel lagere piekstromen die de overige componenten aandrijven.
Als je digitale componenten gebruikt, kun je de twee groepen ook gebruiken om een scheiding tussen digitaal en analoog aan te brengen. Wegens de eerder genoemde digitale afvalproducten en het zeer onmuzikale karakter daarvan, verdient het dus
theoretisch aanbeveling om digitale en analoge componenten vanuit gescheiden stroomgroepen van netspanning te voorzien.

Als je zowel een eindversterker als digitale en analoge broncomponenten bezit, zou het (wederom theoretisch) ideaal zijn om over
drie afzonderlijke groepen te kunnen beschikken: één voor de eindversterker, één voor alle componenten met digitale processors en één voor alle overige (analoge) apparatuur.

Het is in dit verband mijn persoonlijke en experimenteel meermaals vastgestelde ervaring dat het gebruik van meer dan één groep voor de geluidsinstallatie eerder een nadelig effect heeft op de coherentie van de weergave.

Ofwel:
het technische verhaal over de vermeende voordelen van gescheiden groepen voor audio is dan wel mooi verteld, maar op grond van experiment niet zinvol gebleken.
Het beste resultaat wordt naar mijn mening verkregen met de aanleg van slechts
één dedicated groep voor audio, waarop vervolgens de gehele geluidsinstallatie wordt aangesloten, digitaal, analoog, kleinverbruikend en grootverbruikend.

Als je dan toch besluit om meer dan één groep aan te laten leggen, voorkom dan boven alles
dat je geluidsinstallatie in onderdelen wordt aangesloten op meerdere groepen
die van verschillende fasen werden afgetakt.


Als je nog geen netconditioner hebt aangeschaft, maar wel plannen hebt om ernaar te gaan luisteren of er een aan te schaffen, dan dien je je te realiseren dat zulks, bij toepassing van meer afzonderlijke groepen, ook in twee- of drievoud moet geschieden.
Elke groep heeft een eigen conditioner nodig, waarbij nog aangetekend kan worden dat de conditioner voor de eindversterker aan andere criteria moet voldoen dan die voor andere digitale
of analoge componenten (zie de voorgaande uiteenzetting over netconditioners).

Je kunt ook kiezen voor een benadering in meerdere stappen. Het gaat er dan om inzicht te krijgen in het nut en de waarde van het aanschaffen van afzonderlijke conditioners. In heel veel gevallen zal een goede conditioner voor digitale componenten op zichzelf al afdoende kunnen zijn! In andere gevallen kan blijken dat een netconditioner voor de eindversterker, of juist voor de overige analoge componenten een afdoende oplossing biedt. Alleen als je een compromisloze oplossing voor het netspanningsprobleem wenst (
of nodig hebt, als gevolg van plaatselijke omstandigheden) zul je waarschijnlijk kiezen voor drie afzonderlijke stroomgroepen, elk voorzien van een eigen netconditioner die optimaal werkt of ontworpen is voor de soort van apparatuur die op die groep is aangesloten — digitaal, analoog of eindversterker.



Verwijdering van "Risicovolle Netstekkers"

Sommige audiofielen en recensenten zijn van mening dat klein huishoudelijk gebruiksgerei, zoals digitale wekkerradio's, personal computers, koelkasten, magnetrons, wasmachines of zelfs een aangesloten telefoontoestel in de luisterruimte, in zekere mate verantwoordelijk kan zijn voor het genereren van netvervuiling en storing door instraling van hoogfrequent signalen. Dit probleem zou nog verergerd worden als het elektrische apparaat in kwestie op dezelfde groep is aangesloten als de muziekinstallatie.
Bovendien wordt niet altijd van belang geacht of het onderhavige apparaat nu
wel of niet is ingeschakeld: de verbinding met het lichtnet zou op zichzelf reeds voldoende zijn om netvervuiling te veroorzaken, hoewel een ingeschakeld apparaat dit alles natuurlijk wel in ernstiger mate zal doen.
Of dit allemaal ook echt zo is mag je helemaal zelf bepalen. Naar mijn persoonlijke mening loopt het allemaal zo'n vaart niet, maar helemaal uit de lucht gegrepen is het evenmin! Het kan in elk geval geen kwaad om bovengenoemde potentiële probleemapparatuur
schakelbaar te maken -- d.w.z. dat je alles middels één of twee schakelaars kunt ontkoppelen van het lichtnet.
Het is ondoenlijk, en op het neurotische af, als je -- telkens als je wilt gaan luisteren -- 15 stekkers moet gaan verwijderen uit het stopcontact. Het is wel haalbaar om één of twee schakelaars te gaan omzetten, waarmee alle potentieel schadelijke en niet-relevante apparatuur ineens stroomloos gemaakt kan worden.

In het laatste decennium is ook de alomtegenwoordigheid van het WiFi-signaal een potentieel probleem geworden. Ook dit denkbeeld vertegenwoordigt de mening van slechts een deel van de audiogemeenschap.
In mijn persoonlijke beleving heb ik nooit hoorbare hinder ondervonden van dit soort potentiële storingsbronnen.

Zonder volmondig te beamen of te ontkennen wat deze (geschoolde) luisteraars beweren, kan ik je slechts één raad geven: neem zelf de proef op de som. Als je de telefoonstekker uit de muur trekt behoort dit tot een
bruikbare verbetering in de muzikale presentatie te leiden. Meestal is dat ook zo: je wordt niet meer door het rinkelen gestoord. Als je de stekker van de PC in de muur laat zitten terwijl je muziek luistert, zul je jezelf dus tekort kunnen doen, of die PC nu aanstaat of niet. Probeer te experimenteren vanuit een houding die zinvol is, als betrof het een wetenschappelijk onderzoek: objectief, sceptisch, maar niet bij voorbaat verwerpend.

Het is goed mogelijk om dit alles eenmalig eens goed uit te zoeken, zodat je voor jezelf kunt vaststellen of de stekkers van PC, magnetron, wasmachine, telefoon en digitale wekkerradio helemaal uit het stopcontact moeten, zodra er serieus geluisterd gaat worden, of dat je voortaan nooit meer hoeft na te denken over zulke kwesties. Als je dit op een onbevooroordeelde wijze kunt doen, dan zal — in volgorde van belangrijkheid — verwijdering van de navolgende stekkers de meeste kans op hoorbare verbetering geven:

  • (halogeen) lichtdimmers in huis;
  • niet in gebruik zijnde digitale geluidsapparatuur in heel het huis;
  • personal computer in huis;
  • aangesloten telefoontoestellen in de luisterruimte;
  • magnetron;
  • digitale wekkerradio's;
  • netwerkkabel uit je streamer, indien je niet streamt.


Verwacht niet teveel van zulke experimenten, maar sluit een hoorbaar effect ook niet bij voorbaat uit. Als je goede netconditioners gebruikt behoren dergelijke problemen eigenlijk al tot onhoorbare niveau's te zijn teruggedrongen! Als er geen netconditioners gebruikt worden neemt de
mogelijkheid op positieve gevolgen na het verwijderen van netstekkers van 'risicovolle' apparatuur wel degelijk toe. En als je echt wilt horen wat de telefoonaansluiting kan doen, moet je maar eens een aangesloten telefoontoestel op of direct naast één van de luidsprekers plaatsen en luisteren....

Al met al valt er toch nog heel wat te zeggen over die vanzelfsprekende, maar cruciale schakel in de weergeefketen: de netspanning. Er zijn enkele maatregelen die meestal een duidelijk positieve invloed op de weergavekwaliteit kunnen uiteoefenen, en die tegelijkertijd betrekkelijk goedkoop zijn uit te voeren — nieuwe netsnoeren, de aanleg van een dedicated stroomgroep voor audio, een verbinding naar de aarde middels randaarde of een eigen aardpen voor de geluidsapparatuur, en de polariteitstest voor het minimaliseren van de lekstromen. Met speciale netconditioners kunnen meerdere soorten van netvervuiling worden ondervangen, alsmede vervuiling in grotere hoeveelheden. Dit soort oplossingen kunnen de kroon op het audiofiele werk zijn, omdat een 'schonere' voedingsspanning nooit kwaad kan en het volledige potentieel van de audioset mobiliseert. De geïnvesteerde moeite, vooral als je zelf de netspanning gaat aanleggen, wordt nog jaren nadat de spierpijn verdwenen is gecompenseerd door een verhoogd luistergenot voor relatief weinig geld. En netconditioners kunnen hun aanschafprijs dubbel en dwars waard zijn, mits je er thuis naar kunt luisteren alvorens aan te schaffen.















dedicated stroomvoorziening tbv de geluidsinstallatie,
afgetakt uit één speciale audiogroep in de meterkast



De Fysieke Opstelling
van de Geluidsinstallatie


In de zoektocht naar werkelijkheidsweergave en muzikale bevrediging wordt in dit artikel de nadruk tot nu toe gelegd op de technische aspecten van een geluidsinstallatie (apparatuur, technische gegevens, randvoorwaarden als netspanning, aarding, bekabeling en accessoires). Maar ook komen zaken voorbij als de (semi-)wetenschappelijke, psychologische en theoretische aspecten van geluidsweergave, de beoordeling ervan en de objectieve termen voor het beschrijven van de subjectieve luisterervaring. Het is daarom zinvol dat je je realiseert waarmee je je nu eigenlijk bezighoudt: met muziek of met geluid?. Hierover gaan de artikelen
'Wat is high-end audio' en 'Tussen de Oren'.

Je zou geneigd kunnen zijn om te denken dat dit het dan wel zo'n beetje is in relatie tot audio. De rest is dan meer zoiets als het verder uitdiepen van de basisprincipes: het is wellicht interessant om te weten hoe je eindversterker of CD-speler precies werkt en het audiosignaal manipuleert of vormt, maar die kennis is niet essentieel om van muziek te kunnen genieten, noch om te kunnen beoordelen of de eindversterker goed of minder goed presteert.
En dat is een feit...

Er is echter toch nog één aspect in deze zoektocht dat goed moet worden gekend en verkend, zodat je alles uit de apparatuur kunt halen wat er aan potentieel in zit. De hifi-dealer kan dit aspect voor zijn rekening nemen, als hij de nieuw aangeschafte apparatuur bij je thuis komt installeren, maar je zult ooit zelf die audioset weer gaan ontmantelen om 'm dan later of elders weer op te bouwen.
Zodoende behoort een zichzelf respecterende muziekliefhebber naar mijn mening ook zelf goed op de hoogte te zijn van de manier waarop de geluidsinstallatie fysiek behoort te worden opgebouwd en opgesteld, maar vooral ook van het waarom daarvan.



Is die opstelling dan echt zo belangrijk ?

Het meest cruciale
"accessoire" voor ieder geluidssysteem zou weleens de opstelling ervan kunnen zijn.
Dat betekent dus in de meeste gevallen de ondergrond waarop je kostbare apparatuur staat.
In de praktijk zal dat inhouden:
het audiorack.


Een goede opstelling, met name een speciaal audiorack, presenteert de componenten op een aantrekkelijke wijze, geeft functionaliteit en gebruiksgemak aan het systeem en — bovenal — helpt om een optimaal resultaat uit het systeem te halen.
Als je een draaitafel gebruikt is het makkelijk om het belang van een stabiele opstelling te erkennen, en in dat geval is een goed rack of dito standaard onontbeerlijk voor het ontwikkelen van het muzikale potentieel van de draaitafel.

Naast het bieden van comfortabele huisvesting aan de geluidsapparatuur is bij een goede fysieke opstelling van de geluidsinstallatie voldoende aandacht geschonken aan elk van de onderstaande aspecten:

  1. Trilling Ontkoppeling / Demping / Koppeling
  2. Afstand
  3. Massa
  4. Kabelgeleiding/-symmetrie
  5. (Rand)Aarde
  6. Polariteitscontrole
  7. Opwarming & Inspelen
  8. Waterpas stelling
  9. Demagnetiseren


De fysieke opstelling van de apparatuur heeft bij veel luisteraars de vorm aangenomen van een speciaal, vaak hoogwaardig audiorack, al of niet in combinatie met speciale standaards voor de (niet-vloerstaande) luidsprekers of voor de draaitafel. De bedrading is soms onzichtbaar weggewerkt met bindbandjes of middels kabeldoorvoer langs of door de buizen van het audiorack.

De met het audiorack en luidsprekers of luidsprekerstandaards meegeleverde spikes zitten helaas in veel gevallen nog in hun ongeopende zakjes. Alle netstekkers zijn aangesloten op een meervoudige contactdoos, die op zijn beurt weer in een stopcontact aan de muur is aangesloten, al of niet samen met bijvoorbeeld de televisie of de sfeerverlichting die daar in de buurt hangt.

De moraal van deze voorstelling van zaken is eigenlijk om aan te geven dat dit één van die gebieden van high-end audio is, waarbij het allerbelangrijkste is dat je
alle criteria tegelijk respecteert, en dat het nalaten om één voorwaarde op te volgen kan resulteren in de relatieve nutteloosheid van de meeste andere maatregelen. Het is het totaalpakket van maatregelen dat effectief is bij de fysieke opstelling.
Of je daarbij wel of geen gebruik maakt van een audiorack is van geen belang. Als de opstelling zonder audiorack toch voldoet aan de criteria, dan is dat uitstekend. Je kunt namelijk je geluidsapparatuur veel beter
direct neerzetten op een massief houten vloer dan op een duur design-audiorack met (het moest verboden worden) geharde glasplaten, of op een of ander kunststof Ikea gevalletje.



Voor DEEL 2 van dit artikel:

Klik
HIER



naar boven






















het meest cruciale accessoire voor je geluidsinstallatie:
de ondergrond waarop alles staat;
dat is doorgaans (maar zeker niet altijd) een audiorack...